zondag 25 november 2012

Klas 6: leesverslag stromingsboek: De Donkere Kamer Van Damokles (Willem Frederik Hermans)

Algemene informatie
a)
I. Auteur: Frederik Hermans, Willem
   Titel: De donkere kamer van Damokles
II. Plaats van uitgave: Pössneck (Duitsland) (bij de eerste    uitgave Amsterdam)
    Jaar van uitgave: 2012
    Jaar van eerste uitgave: 1958
III. Aantal pagina's: 319

b) Genre: psychologische oorlogsroman

c) Samenvatting 

Het boek begint met de beroemde zin ‘…Dagenlang zwierf hij rond op zijn vlot, zonder drinken’. De onderwijzer van Henri Osewoudt vertelt een verschrikkelijk verhaal over een drenkeling, die het zoute water van de zee niet kan drinken, terwijl hij toch zo’n dorst heeft. Iedereen lacht erom, behalve Henri. Als hij twaalf jaar is, vermoordt zijn geestelijk gestoorde moeder zijn vader, een sigarenhandelaar te Voorschoten. Hij verhuist naar Oom Bart in Amsterdam. Zijn oudere nicht Ria neemt hem ‘s nachts bij zich in bed. Later ontdekt hij dat ze lelijk is.
Op zijn zeventiende ontdekt hij ook dat hijzelf klein en onaantrekkelijk is, met zijn dunne haar en gladde wangen. Hij trouwt met Ria en verhuist met haar en zijn moeder, die de psychiatrische inrichting heeft verlaten, naar 
Voorschoten en heropent de sigarenwinkel. Hij kan niet in militaire dienst: hij is niet lang genoeg. Dan ontmoet Osewoudt in mei 1940 de officier Dorbeck, die zich niet aan de Duitsers wil overgeven. Dorbeck vraagt Osewoudt een fotofilmpje voor hem te ontwikkelen en dit op te sturen naar het adres van ene Evert Jagtman te Amsterdam. Nog driemaal verschijnt Dorbeck in Osewoudts sigarenwinkel. Eenmaal om van Osewoudt een pak te lenen (Osewoudt begraaft zijn uniform); de tweede keer om het pak terug te brengen. Hij vraagt Osewoudt dan een ander filmpje te ontwikkelen. Osewoudt verprutst dit filmpje. De derde keer krijgt Osewoudt opdracht iemand te vermoorden in Haarlem. Dorbeck geeft hem een pistool. Samen met Zéwüster, een medewerker van Dorbeck, brengt hij in Haarlem drie mannen om. Hierna ziet Osewoudt Dorbeck niet meer. Hij ontwikkelt de foto’s van het 
filmpje dat Dorbeck hem in de meidagen gaf. Daar staan drie foto’s op, maar de vierde, een foto van Dorbeck, mislukt, want zijn hysterische moeder doet het licht aan. Hij bewaart de drie andere foto’s als ‘herinnering aan de enige man die hij ooit bewonderd had’. In 1944, vier jaar later, bericht Dorbeck Osewoudt dat hij de foto’s naar een postbusnummer in Den Haag moet sturen. De foto’s fungeren als opmaat voor verzetsopdrachten. Eerst legitimeert ene Elly Sprenkelbach Meyer zich met één van de foto’s. Zij komt uit Londen, vertelt ze. Hij laat haar logeren bij Oom Bart te Amsterdam. Wanneer hij de volgende dag naar zijn huis in Voorschoten opbelt, hoort hij van Moorlag, een student die bij Osewoudt op kamers woont, dat de Duitsers die nacht zijn moeder en Ria hebben gearresteerd. Moorlag heeft een envelop weten te redden waarin de tweede foto zit. Osewoudt moet Dorbeck over een week bellen. Moorlags vriend Meinarends bezorgt Osewoudt een nieuw persoonsbewijs en introduceert Osewoudt in de verzetsgroep van Labare, waar hij foto’s moet ontwikkelen. Hij ontmoet de Marianne, een ondergedoken Jodin. Ze verft zijn haar zwart, zo lijkt Henri sprekend op Dorbeck. Toevallig komt hij Zéwüster tegen, die bang voor hem lijkt te zijn.

Als hij op de afgesproken tijd Dorbeck belt, krijgt hij de opdracht een medewerkster van Dorbeck te ontmoeten in Amersfoort. Deze vrouw is gekleed in het uniform van leidster van de Nationale Jeugdstorm en moet zich met de derde foto legitimeren, maar Osewoudt vergeet naar de foto te vragen. Ze noemt zich ‘Hé jij’. Osewoudt vermoordt drie mensen en voegt zich weer bij ‘Hé jij’, die op de terugreis gearresteerd wordt. Osewoudt keert terug naar Amsterdam en ontmoet Mariannne bij de ingang van een bioscoop. Tijdens het voorprogramma wordt zijn portret geprojecteerd met het onderschrift dat hij gezocht wordt. Hij vlucht, maar wordt gearresteerd. 
Eerst wordt hij keihard ondervraagd door Kriminalrat Wülfing over de aanslag in Haarlem. Een andere gevangene beweert dat hij Henk Osewoudt is. Osewoudt zwijgt. Obersturmführer Ebernuss gaat verder met het onderzoek. Hoewel Osewoudts verwondingen niet ernstig blijken te zijn, laat Ebernuss hem naar het ziekenhuis Zuidwal brengen. Osewoudt vermoedt dat de homoseksuele Eberrnuss hem heeft willen sparen. Dezelfde avond wordt hij uit het ziekenhuis bevrijd en naar Leiden gebracht, naar het huis van Labare, waar ook Marianne is. Ze bedrijven de liefde en hij vertelt hij Marianne over zijn dubbelganger Dorbeck. Ook vertelt hij haar dat hij zich minderwaardig voelt. Dan vallen de Duitsers het huis binnen en arresteren ze Osewoudt opnieuw. Ebernuss is vriendelijk. Osewoudt hoort van hem dat zijn moeder overleden is en dat Ebernuss achter het bestaan van Dorbeck is gekomen. Hij wil Marianne in veiligheid brengen als Osewoudt hem met Dorbeck in contact brengt. In de auto op weg naar het ontmoetingspunt blijkt dat Ebernuss wil deserteren. Dorbeck is inderdaad op de illegalensociëteit aanwezig en hij draagt Osewoudt op om Ebernuss te vergiftigen. Dorbeck geeft Osewoudt een adres en een vermomming (een verpleegstersuniform) en belooft om hem en Marianne naar het bevrijde Zuiden te helpen. Osewoudt neemt een foto van hen beiden, staande voor een spiegel. Marianne blijkt in een ziekenhuis te zijn bevallen van een doodgeboren kind. Kapot van verdriet, accepteert Osewoudt een lift van een Luftwaffe-officier. 
Onderweg naar Dordrecht, waar hij zich van de officier ontdoet, vermoordt hij in Voorschoten zijn vrouw Ria. 
In het bevrijde Zuiden wordt hij dadelijk in hechtenis genomen: men houdt hem voor een berucht verrader. Hij wordt naar Engeland gebracht. De autoriteiten daar ondervragen hem uitsluitend over zijn contact met Elly. Terug in Nederland wordt hij gevangen gezet in een kamp voor landverraders in Drenthe. Dan wordt zijn zaak nauwkeurig onderzocht. Het blijkt dat de drie foto’s gebruikt werden door de Duitsers om verzetsgroepen te infiltreren. Inspecteur Selderhorst vindt dat Osewoudt ‘Hé jij’ en ook de groep Labare aan de Duitsers heeft uitgeleverd. Osewoudt kan het bestaan van Dorbeck niet aantonen: iedereen die hem ontmoet heeft, is dood; de ene foto waarop Dorbeck staat, is mislukt en de andere, waar zij samen op staan, zit nog in Osewoudts toestel. Selderhorst laat naar dit toestel zoeken. Bij de reconstructie van zijn tweede arrestatie kan Osewoudt de straat 
waarin hij vluchtte, niet terugvinden, maar wel weet hij Dorbecks uniform op te graven uit zijn tuintje in Voorschoten. Uit een krantenartikel, getiteld ‘Held of verrader’ blijkt de verwarring in de zaak-Osewoudt. Marianne is onvindbaar in Palestina. Zijn moeders psychiater wil op het proces verklaren dat Osewoudt net als zij aan waanvoorstellingen lijdt. Osewoudt weigert verontwaardigd. Uiteindelijk vindt men Osewoudts camera waar de film 
nog in blijkt te zitten. Maar er staat alleen een foto op van Osewoudt in gezelschap van Eberrnuss. Wanhopig roepend, rent Osewoudt het gebouw uit en wordt bij het hek neergeschoten.

Specifieke opdracht: verwerkingsvragen
 
a Noteer puntsgewijs de kenmerken van je stroming
 
Dit boek is niet bij een naoorlogse stroming in te delen. Wel zijn er enkele elementen te herkennen uit de literaire stroming Romantiek; 
1. Liefde en vriendschap was volgens de romantici belangrijk, omdat men vrienden kiest op grond van hoe zij zijn en het handelen van een persoon kan worden verklaard door zijn/haar relaties (vriendschappelijk, maar ook bij partners). 
2. Nationalisme komt voort uit de gedachte dat elke samenleving en natie zijn eigen cultuur heeft door een gemeenschappelijk verleden. Volgens romantici moet die niet aangetast worden. 
 
Anderen zijn van mening dat dit boek valt onder existentialisme;
3. Iedere individu moet het zinloze leven 'zin' geven. Het leven wordt gezien als iets volstrekt zinloos.
4. De verandering in de hoofdpersoon die erachter komt dat hij het leven in zijn hand heeft, in plaats van het geloof dat de mens los staat van alles en iedereen.
5. Door middel van extreme situaties gaat de mens zichzelf vragen stellen en die kunnen alleen beantwoord worden door de subjectieve 'ik'.
6. Het draait om egocentrisme: de individu is voor zichzelf het middelpunt, waardoor er vele middelpunten zijn.
 
Ook het ontluisterend proza is in het boek te vinden:
7. De hoofdpersoon is een antiheld: amoreel, anti-intellectualistisch, areligieus en heeft geen idealen. De nadruk ligt op lichamelijkheid (negatief).
 
b) Licht de kenmerken (bij a genoemd) toe met voorbeelden uit het boek
1. Osewoudt heeft nooit veel vrienden gehad, wat veel invloed heeft gehad op zijn zelfbeeld en daardoor het navolgen van Dorbeck.
 
2. In een oorlog komen de nationalisten tegenover de niet-nationalisten te staan. In de Tweede Wereldoorlog waren de uitersten de NSB'ers tegenover de mensen uit het verzet. De NSB'er in het boek is bijvoorbeeld de zoon van de apotheker tegenover Osewoudt. De zoon van de apotheker had samen met Ria (de vrouw van Osewoudt) de echtgenoot van Ria aangegeven bij de Duitsers.
 
3/4. Osewoudt vond zichzelf een nietsnut en in het boek maakt hij een transformatie door, want hij ziet in dat hij door Dorbeck na te doen zijn leven vorm kan geven en de nietsnut in hem kan veranderen. Osewoudt dacht eerst dat hij nooit zou kunnen veranderen, omdat hij lelijk was en getrouwd was met zijn lelijke, zeven jaar oudere nicht. In het boek merk je dat hij tijdens zijn daden in het verzet ook dames kan verleiden en zelfs een mogelijke relatie binnen sleept. Door omstandigheden is er na de oorlog geen sprake meer van een relatie tussen de beide personen. 
 
5. De oorlog is naar mijn idee een extreme situatie om jezelf vragen te stellen en dat antwoord voor jezelf klaar te maken. 
Toen Osewoudt namelijk de keus kreeg om de Duitsers mee te helpen en zo zijn geliefde vrijheid te geven en een kans op een betere toekomst voor zichzelf met haar te scheppen of niet mee te helpen en te kiezen voor zijn vaderland, waarbij zijn geliefde dan in het concentratiekamp werd gelaten en dus zeker de dood tegemoet zou gaan. Hij moest als het ware beslissen over het de vrijheid van zijn geliefde tegenover de vrijheid van zijn vrienden en omdat hij meer liefde voelde voor zijn geliefde dan voor zijn vrienden maakte hij dus de subjectieve keuze om te kiezen voor zijn geliefde en de Duitsers mee te helpen.

6. Egocentrisme blijkt bijvoorbeeld in het handelen van Eberrnuss. Hij ziet dat het einde van de oorlog in het zicht komt en bedenkt dus dat hij zijn goede baantje bij de vijand maar beter op kan geven, wil hij zijn eigen hachje redden. Hij wil dan dat Osewoudt ervoor zorgt dat Dorweck zorgt voor een onderduikadres. 
 
7. Osewoudt is een echte antiheld. Hij is niet intellectueel wat tot blijk komt als hij in een bibliotheek komt en hij zich niet aangetrokken voelt tot alle lectuur die daar te vinden is. Dat hij niet religieus is merk je op het einde van het boek, als hij op de ziekenzaal ligt en letterlijk zegt dat bekering een middel van schijnheiligheid is om je eigen huid te redden, tegen de pater. Zijn lichamelijkheid komt door het hele boek naar voren. Hij is sterk door judo, maar ook lelijk. Door zijn lelijkheid vindt hij zichzelf minder dan andere mensen, terwijl hij zichzelf juist erg snel lichamelijk aangetrokken voelt tot het vrouwelijk geslacht. 

c) Leg uit welke mate het door jou gekozen boek een exponent is van de betreffende stroming.
Aangezien het boek drie stromingen bevat, vind ik het moeilijk om een bepaalde exponent te geven aan het boek voor een enkele stroming of voor de drie stromingen afgezonderd van elkaar. De stromingen hangen naar mijn idee samen met het idee dat in die tijd speelde. De Tweede Wereldoorlog was net achter de rug en dat moet zoveel indruk hebben gemaakt dat de meningen en gevoelens opnieuw de vrije loop kregen. Het was bijzonder om te zien hoe de stromingen samenkwamen tot een logische gedachtegang voor de periode na de Tweede Wereldoorlog. Mensen zijn erg nationalistisch, hadden veel gedaan om hun eigen hachje te redden, grenzen zijn letterlijk en figuurlijk overschreden en na de oorlog moesten al die mensen weer zichzelf leren kennen en was het meeste onderlinge wantrouwen verdwenen. Het gebrek aan vertrouwen in elkaar had geleid tot het sterke egocentrisme en door het 'zuiveren' van de landverraders uit de Nederlanders zou eigenlijk iedere verzetsstrijder krijgen wat hem/haar toebehoort: vrijheid. Maar het boek drukt je bij deze even met je neus in andere pap, want dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Een onschuldig persoon kan dus vast komen te zitten, terwijl hij net zo goed van de vrijheid hoort te genieten. Deze wending aan het verhaal laat zien dat rationalisme niet perse hoeft te lijden tot gerechtigheid en er altijd een vorm van subjectiviteit in een vrijlating zit: Osewoudt werd niet geloofd omdat hij er zo raar uitzag. 


Bronnen

- Website 'Lezen voor de lijst', 'De donkere kamer van Damokles Willem Frederik Hermans', internet, 25 november 2012, (http://oud.lezenvoordelijst.nl/documents/ex_hermans_docent.pdf)

- Laura, 'De donkere kamer van Damokles', internet, 9 september 2003, (http://www.scholieren.com/boekverslag/52018) 

- Wikipedia, 'Romantiek (stroming)', internet. 25 november 2012, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Romantiek_(stroming))

- Wikipedia, 'Existentialisme', internet, 25 november 2012, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Existentialisme)

- Wikipedia, 'Nederlandse literatuur, internet, 25 november 2012, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_literatuur)




woensdag 24 oktober 2012

Klas 6: leesverslag stromingsboek: Kaas (Willem Elsschot)

Algemene beschrijving
a) 
I. Auteur ; Elsschot, Willem 
   Titel ; Kaas
II. Plaats van uitgave ; Groningen/Houten
    Jaar van uitgave ; 2012
    Jaar van eerste uitgave ; 1933
III. Aantal pagina's ; 91

b) Novelle

c) Samenvatting:
Het gaat over Frans Laarmans, hij is klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company. Het verhaal speelt zich af in Antwerpen. In het begin gaat zijn moeder dood. Op de begrafenis ontmoet hij meneer van Schoonbeke. Meneer van Schoonbeke biedt hem een baan aan als agent van een grote Nederlandse kaashandel voor België en het groothertogdom Luxemburg. Hij neemt de baan en krijgt de volgende week de eerste zending volvette edammer kaas. Deze moet hij gaan verkopen. De week voor de zending is hij druk bezig om een nieuwe firma op touw te zetten: Gafpa, General Antwerp Feeding Products Association. Dan is de kaas er, hij stelt agenten aan in alle steden van het land, om daar kaas te laten verkopen. Alleen dan begint het, hij krijgt geen bericht van zijn agenten. Daardoor verkoopt hij eigenlijk geen kaas. Hij krijgt dan ook bericht dat zijn baas naar Antwerpen komt om zijn vorderingen te zien. Als zijn baas aanbelt doet Frans niet open en stuurt zijn baas een bericht dat hij zijn baan opzegt. Daarna wordt hij weer klerk bij de GMSC.

Specifieke opdracht: verwerkingsvragen



a) Noteer puntsgewijs de kenmerken van je stroming.
De literaire stroming in het boek is: nieuwe zakelijkheid
1. De nieuwe zakelijkheid is meer een stijl met strakke sobere en nuchtere functionaliteit dan een stroming
2. Qua inhoud was er veel aandacht voor de stad, het zakenleven, vooruitgang en de maatschappij.
3. De schrijfstijl bevatte weinig bijvoeglijke naamwoorden en veel korte zinnen. Het leek op journalistiek taalgebruik.
4. Men liet weg wat niet nuttig, niet functioneel of onbegrijpelijk was.


b) Licht de kenmerken (bij a genoemd) toe met voorbeelden uit het boek.
1. (bladzijde 38)
"'Natuurlijk is er geen enkele reden waarom het niet zou marcheren,' troostte zij. 'Je moet hard werken. Maar toch zou ik voorzichtig zijn. Op de werd zit je gerust, met een vast salaris.' Dat noem ik waarheid als een koe."


De schrijver schrijft hier strak en laat de vrouw van de hoofdpersoon ('zij') nuchter en sober reageren op wat de hoofdpersoon eerder heeft gezegd. De hoofdpersoon reageert ook sober en nuchter op het gezegde van zijn vrouw. 

2. (bladzijde 25)
""Denk er eens over na,' raadde hij. 'Er is veel mee te verdienen en jij bent de geschikte man.'
Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voordat ik mijzelf geschikt heb gevonden. Maar toch was het aardig dat hij mij zonder enige conditie in de gelegenheid stelde mijn eenvoudig plunje van klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company uit te trekken en zomaar ineens koopman te worden. Zijn vrienden zouden dan wel vanzelf vijftig percent van hun hooghartigheid laten vallen. Met hun beetje centen!
Ik vroeg hem dan ook wat voor soort handel zijn Hollandse vrienden dreven.
'In kaas,' zei mijn vriend. 'En dat marcheert altijd, want eten moeten mensen toch.'"
 


Het zakenleven komt hier duidelijk in naar voren. Ook de vooruitgang schijnt voor de hoofdpersoon heel belangrijk te zijn en zijn plaats in de maatschappij ook (Hij kon namelijk eerst niet meekomen met de gesprekken van rijke vrienden.)


3. (bladzijde 55)
"Ik houd niet van kaas, maar wat anders kon ik doen? Moet ik voortaan het voorbeeld niet geven? Moet ik niet vooroplopen in het leger der kaaseters? Ik werkte dus een brok naar binnen en toen belde mijn broer. Hij zette zijn fiets in de gang, zoals hij iedere dag doet, en daarop dreunde zijn opgewekte stap door het huis. 
'Geen belet?' vroeg hij, toen hij al in de keuken stond.
'Is dat nu je kaas, kerel?'
En zonder omslag sneed hij een stuk af en deed een flinke hap."


De zinnen zijn inderdaad absoluut niet lang. Soms zijn de zinnen iets langer, maar dan worden ze meteen gescheiden door een voegwoord. De kleine hoeveelheid bijvoeglijke naamwoorden maakt de zinnen ook een stuk korter. 


4. (bladzijde 77)
"Ik ben in zijn wagen blijven zitten tot hij voor een kleinere kaaswinkel stopte en zelf uitstapte. Was hij naar Berlijn gereden, ik zou meegegaan zijn. 
Ik heb hem bedankt, mijn mandvalies opgepakt en de tram genomen, naar huis toe.
Mijn accumulator is leeggelopen. Ik ben uitgebloed."
 


Het is vrij moeilijk om te laten zien, dat datgene wat niet nuttig was, is weggelaten. In deze passage is wel te merken dat je 'iets' mist. Ik had namelijk wel graag willen weten hoe het kwam dat de hoofdpersoon ineens tot het inzicht kwam dat hij was 'uitgebloed', maar dat wordt nergens verteld. 


c) Leg uit welke mate het door jou gekozen boek een exponent is van de betreffende stroming.
'Kaas' is naar mijn idee een goede exponent van de nieuwe zakelijkheid. Het boek laat duidelijk de schrijfstijl zien, zoals de korte zinnen, de sobere en nuchtere functionaliteit, weinig bijvoeglijke naamwoorden en een inhoud wat met zaken doen te maken heeft. Het boek was niet dik, waardoor op valt dat er inderdaad kort en bondig wordt verteld. 

Bronnen:

Samenvattingen, 'Kaas, Elsschot, Willem', internet, 24 oktober 2012,
http://www.samenvattingen.com/documenten/5485445/Kaas+Elsschot%2C+Willem/?q=kaas%20willem%20elsschot

Jon, 'Kaas', internet, 21 augustus 1998, 
http://www.scholieren.com/boekverslag/41315

Mindel, 'Nieuwe Zakelijkheid', internet, 6 juli 2003,
http://www.scholieren.com/keuzeopdracht/11331


'Literatuurgeschiedenis 1900-1940', internet, powerpoint, 24 oktober 2010,
http://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=4&sqi=2&ved=0CDcQFjAD&url=http%3A%2F%2Fweb.hageveld.nl%2Fuploads%2Fmedia%2FNederlandse_literatuurgeschiedenis_1900-1960_05.ppt&ei=qEaIUISpKsrs0gWM4oDwBA&usg=AFQjCNHtvOnIhrdlalHKXRXnsMVS15ZsbQ

dinsdag 29 mei 2012

Klas 5: betoog stroming verlichting

Uit de Hollandsche spectator van Mr. Justus van Veen is representatief voor de Verlichting in de literatuur. 

In de 17e en 18e eeuw was de Verlichting een vooruitstrevende stroming. Nieuwe ideeën werden geïntroduceerd en men zet zich af tegen kerk en autoriteiten. Verlichtingdenkers willen de wereld bestuderen en dat willen zij in vrijheid zonder dat de kerk of regering zich daarmee bemoeit. Het liefst zouden zij een opnieuw ingerichte samenleving vormen, zodat de kerk haar handen van de wetenschap zou halen, mensen hun kunstwerken naar eigen inzicht konden maken en literatuur zonder invloed van het goddelijke mocht worden geschreven. In de literatuur mochten nu ideeën die schrijvers zelf hadden naar voren worden gebracht en bekend gemaakt worden. Er werd veelal geschreven in proza, want poëzie was gebonden aan strikte regels en dat deed men denken aan de strakke lijnen waarbinnen de kerk de mensen wilde houden. Van Effen was zo'n Verlichte Nederlandse schrijver.
 Bron:
- aantekeningen Meneer Kroon

Uit de Hollandsche spectator van Mr. Justus van Veen is representatief voor de Verlichting in de literatuur  Ten eerste omdat de schrijvers door de literatuur mensen opnieuw probeerden op te voeden. Ze wilden namelijk de opnieuw ingerichte maatschappij, maar daarvoor moest het volk wel onderwezen worden. Van Effen doet dit ook. Hij doet dit door middel van het vertellen van korte verhalen. Hij probeert met het verhaal van Kobus en Agnietje bijvoorbeeld duidelijk te maken dat liefde niet gaat om standen en dat de standenmaatschappij liefde juist in de weg kan staan. 

Citaat uit het boek (blz. 53)
'"Kom man, laat myn dat liever eens zeggen, ik zal beter klaren denk ik. Je weet wel, Myn Heer den Avokaat,' vervolgde ze, 'en je ziet ook wel veur je oogen, dat de jonge lui malkander wel meugen lyen; Vader en ik hebben niets tegen 't huwelyk, en heur moeder mee niet. Daar by staat Agnietje ons Motje heel wel aan, en om dat ze de jonge zo lief heit, (niet waar Motje?) zo denkt ze, en wy ook, dat het werkje maar hoe eer hoe liever zyn voortgang hoorde te hebben; maar men spreekt van huwelykse voorwaarden, en daar hebben we zoo geen kennis van, dat jy ons daar eens in te regt wou helpen.'" 

Ten tweede omdat in de romans gaat om personen en niet om zaken en gebeurtenissen. Het gaat mensen in de Verlichting om de psychologische ontwikkelingen die de hoofdpersonen meemaken. Van Effen laat deze ontwikkeling heel duidelijk zien door Kobus verderop in het verhaal Jacob te laten heten en de acceptatie van de liefde van Kobus voor Agnietje zal zich door het boek heen voltooien. 

Citaat uit het boek (blz. 37)
"Dog 't geen ik voor den jongeling, in wiens liefde ik niet na kan laten een teder belang te nemen, een goed teken vond, was dat Agnietje de deur reedlyk hard toegesmeeten hebbende de zelve zo zagtjes als 't mooglyk was weer opende, om den jongeling nog eens na te zien, en daar na even zagt dezelve weer toesloot." 

Tot slot heeft de Verlichting weinig oog voor de duistere kanten van het leven. Het verhaal van Kobus en Agnietje heeft ook wat weg van de hedendaagse Hollywood-film. Schrijvers in de Verlichting tonen aan dat er een rationele weg nodig is om dingen goed te doen in het leven en een goed leven te leiden. Men moet nadenken over zijn of haar daden en dient dat vooral objectief te doen, zonder sentimentele meningen te laten overheersen.

Citaat uit het boek (blz. 30)
"In myne eerste jongelingschap heb ik zo in my zelf, als in myne makkers ondervonden, dat, in dien bloem der jaren, die geenen van geest niet misgedeelt zyn, zo wonder veel met die gave ophebben, dat ze zig verbeelden, dat dezelve de spil is daar 't al in de menselyke t' zamenleeving op draait, en dat niets wel uitgevoert word, zonder dat 'er geestelykheid meê gemengt zy."

Bron: aantekeningen Meneer Kroon

Men zou tegen mijn stelling in kunnen brengen dat het verhaal over Kobus en Agnietje gaat, wat een liefdesverhaal is. Maar de beslissing om trouwen tussen deze twee mensen toe te staan, is rationeel door hun ouders en henzelf overdacht. Het enige sentimentele is de liefde, maar die is rationeel overdacht. 

Ik vind dus dat Uit de Hollandsche spectator van Mr. Justus van Veen representatief is voor de Verlichting in de literatuur, omdat de volgende elementen uit de Verlichting terug zijn te vinden: opvoeden van burgers voor het opnieuw inrichten van de samenleving, personen staan centraal in plaats van gebeurtenissen en er is weinig tot geen aandacht voor de duistere kanten in het leven. Dit boek is de moeite waard om te lezen als u een duik wilt nemen in de Verlichte stroming.

Ongeveer 748 woorden

maandag 28 mei 2012

Klas 5: betoog stroming romantiek

'Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij' is representatief voor de romantiek. 

De romantiek was een gevolg van de verlichting. Men had een voorkeur voor de Middeleeuwen en het gevoel is heer en meester, rationele beheersing is er niet. De mens is een speelbal van zijn emotie. Teksten zijn met veel semtimentalisme geschreven en vriendschap en natuur staan hoog in het vaandel. De periode liep van ongeveer 1795 tot 1848. 

Het boek is door Eduard Douwes Dekker geschreven in 1860. Dit was buiten de 'officiele' tijden van de romantiek, maar dat komt omdat Nederland iets achterliep en in de romantiek geen overheersende rol speelde. In het buitenland was de stroming veel duidelijker en bij meer mensen bekend. In Nederland was er geen heftige reactie op de Verlichting. 

Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij is representatief voor de romantiek. 

Ten eerste omdat romantici zich tegen de koele onverschillige objectiviteit van rationalistische denkers en wetenschap keren. Max Havelaar keerde zich tegen de Nederlandse regering, want hij vond het optreden van hen tegen de uitbuiting van de inwoners door de inlandse hoofden te ver gaan voor herendiensten. De wet in Nederland was ook tegen uitbuiting, dus Havelaar kon terecht tegen de regering zeggen wat er gebeurde, dacht hij. De regering was echter te koel en objectief aan het denken. 

Citaat uit De Max Havelaar (blz. 74)
"De inkomsten van de Javaanse hoofden zou men in vier delen kunnen splitsen. Als eerste het vastgestelde maandgeld. Vervolgens een vaste som als schadeloosstelling voor afgekochte rechten die zijn overgegaan op het Nederlandse bestuur. Ten derde een beloning voor de in hun regentschap voortgebrachte producten, zoals koffie, suiker, de blauwe kleurstof indigo, kaneel, enz. En tot slot de willekeurige beschikking over de arbeid en de eigendommen van hun onderdanen." 

Bron: aantekeningen Meneer Kroon

Ten tweede hadden romantici een afkeer van de industrie, de techniek en de steden. In de romantiek ontwikkelde die zich zeer sterk. In dit boek komen industrie, techniek en steden niet voor. Het tegen de regering in gaan is ook een vorm van afkeer tegen de plaatsgevonden ontwikkelingen. Max Havelaar wordt steeds feller qua tegenspraak door het boek heen, want hij onderneemt dan echte stappen om met de regering in contact te komen en wat te veranderen aan de huidige politiek daar. Het feit wil echter dat hij nooit iemand te spreken zal krijgen, die positief gehoor geeft aan zijn oproep. 

Citaat uit de Max Havelaar (blz. 312)
"Havelaar wachtte die avond. Hij wachtte de hele nacht. Hij had gehoopt dat de kwade toon van zijn brief misschien effect zou hebben, waar hij door zachtheid en geduld had gefaald. Zijn hoop was ijdel! De gouverneur-generaal vetrok zonder Havelaar te hebben gehoord. En weer ging een Excellentie van zijn rust genieten in het moederland!" 


Tot slot waren de rechten voor de mens aan het eind van de 18e eeuw bedacht. Dit was een onderdeel van de Franse Revolutie. Eduard Douwes Dekker laat duidelijk merken dat hij voor de rechten van de mens is, maar dat daar in onder andere Lebak geen gehoor aan wordt gegeven door de inlandse bestuurders. Max Havelaar probeert met gesprekken met de inlandse bestuurders hen zacht in de goede richting te sturen, maar dat mislukt jammerlijk. 

Citaat uit de Max Havelaar (blz. 201)  "Nu moeten fouten van een gezagsdrager soms niet al te streng, en vooral niet met Europese maatstaven, worden beoordeeld. De bevolking is eraan gewend dat niet alles volgens de regels verloopt. Maar zodra de grens van die regels is overschreden, wordt het moeilijk een punt vast te stellen waarop deze overschrijding overgaat in misdadige willekeur. Het is dus zaak hierop alert te zijn, vooral omdat slechte voorbeelden snel navolging krijgen." 


Men zou tegen mijn mening in kunnen brengen dat in Nederland de stroming romantiek geen sterke stroming is geweest, dus dat het boek niet representatief is voor de romantiek. De ideeën die uit de romantiek komen, zoals eerder genoemd, stonden wel centraal in het boek. In Nederland waren inderdaad ook niet veel romantische schrijvers, maar Eduard Douwes Dekker was er een van en hij heeft er voor de romantische literatuur in Nederland toe gedaan. 

De Max Havelaar is dus representatief voor de romantiek, omdat Dekker zich tegen de koele objectieve regering keert en hij duidelijk laat merken dat hij voor de rechten van de mens is.  Dit boek zou iedereen moeten lezen, het is namelijk, zoals Eduard Douwes Dekker zelf schrijft, geen leuke roman, maar een aanklacht tegen de maatschappij. Men moet weten dat er Nederlanders waren die tegen de uitbuiting waren en dat kan door dit boek te lezen. 

Gelezen versie: Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij door Multatuli hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es. Leiden, winter 2009/2010

donderdag 3 mei 2012

Klas 4: Leesverslag Cel (Charles den Tex)

1. Algemene informatie
a)
I. Auteur: Charles den Tex
  Titel: Cel
II. Plaats van uitgave: Breda
    Jaar van uitgave: 2011 (13e druk)
    Jaar van eerste uitgave: (april) 2008
III. Aantal pagina's: 378
 
b) Genre: literaire thriller, misdaadroman

c) Samenvatting:

Michael Bellicher is op weg naar een afspraak als de auto voor hem een zwaar ongeluk krijgt. De twee inzittenden zijn op slag dood. Michael belt 112 en de hulpdiensten zijn onderweg. Hij pakt een pen die bij de ongeluk op de grond ligt. De politie stelt hem steeds dezelfde vragen (omdat hij de enige getuige was) en als ze zijn naam opzoeken, blijkt dat Michael wordt gezocht. Hij wordt naar het politiebureau gebracht in Monster, maar hij weet nog steeds niet waarom. Eenmaal daar aangekomen, beweert de politie dat een BMW 5 die op Michaels naam stond, een fietser heeft aangereden die overleed. Michael zegt dat hij in Den Haag was op weg naar Binnenlandse Zaken. Als de rechercheur vraagt of hij dat kan bewijzen, is dat niet het geval. De afspraak waar hij naartoe ging, werd op het allerlaatste moment afgezegd, waardoor niemand hem daar daadwerkelijk had gezien. Hij krijgt een advocate, Guusje van Donnee. Michael zit twee nachten in de cel en wanneer hij vrijkomt, krijgt hij te horen dat Bas Hoogeman en zijn chauffeur in de auto zaten. Bas Hoogeman kwam vaak op tv en was een publiekstrekker. Hij had ook vijanden en het ongeluk is waarschijnlijk een misdrijf. Michael gaat ook naar de politie om aangifte te doen van identiteitsfraude. Michaels compagnon, Gijs, geeft hem een hele goede advocaat; Klasman. Gijs zorgt er ook voor dat er altijd iemand bij Michael is, om voor een alibi te zorgen. Deze persoon wordt Richard, Gijs’ neefje.
Vervolgens wordt Michael verdacht van een ramkraak in een Santa Fe. De auto stond weer op Michaels naam, terwijl hij de auto nog nooit gezien had. Richard is zijn alibi en ze beweren dat hij de hele nacht naast hem heeft geslapen.
Een paar dagen later wordt Michael gebeld door de bank. Hij zou een huis van 3 miljoen euro hebben gekocht in Monster een paar maanden eerder. Hij heeft nu dus een schuld bij de bank en moet twee hypotheken afbetalen omdat hij zelf ook gaat verhuizen, maar dan binnen Amsterdam. Richard en Michael gaan naar Monster om te kijken wat hij zogenaamd gekocht zou hebben. Ze gaan eerst ergens even een broodje eten. Als ze naar buiten willen gaan, ziet Richard een auto aankomen die recht op de zaak afkomt en brengt Michael in veiligheid. Ze rennen naar buiten naar hun auto via een achteruitgang. De twee mannen die in de auto zitten, achtervolgen hen. Het wordt duidelijk dat ze iets van Michael willen. Door Richards behendige rijden (hij is formule 3 coureur), raken ze de achtervolgers kwijt.
Klasman weet ondertussen wie de BMW 5 heeft verkocht en ze gaan daar naartoe. Hij geeft de naam voor 750 euro. Hij had de BMW 5 aan Danny Zwaal verkocht. Toen Michael en Richard thuiskwamen, wachtte Kirsten hen thuis op. Kirsten was Michaels zus, zij was vroeger zijn broer. Aangezien er nu alsnog een alibi zou zijn, ging Richard naar Zandvoort om te racen. Vervolgens belde iemand van ‘Post’ aan. Michael bedacht zich ineens dat er geen ‘Post’ meer bestond, maar dat TNT of Select altijd bezorgde. Kirsten hielp Michael zich te vermommen in een vrouw en even later liepen ze naar buiten en gingen ze naar Klasman. De mannen van ‘Post’ waren er de volgende dag nog steeds dus bedacht Richard dat Michael en hij naar de mannen toe zou gaan en Richard de banden leeg zou prikken terwijl Michael de mannen ging vragen waarom ze hem moesten hebben. Zo konden ze ook niet achter de verhuiswagen rijden en wisten ze dus niet waar Michael naartoe zou verhuizen. Michael mag bij Van Donnee verblijven. Vervolgens gaan ze naar Danny Zwaal. Als ze daar aankomen wordt duidelijk dat Danny verstandelijk gehandicapt is. Als ze beginnen over de auto’s, wordt Danny gewelddadig en komen zijn twee broers, Stef en Ruud. Michael en Richard worden in een hoek gedreven maar uiteindelijk lukt het ze om Danny in de auto mee te nemen. Ze nemen hem mee naar het huis die Danny op Michaels naam zette. Ze binden hem daar vast en dwingen hem te praten. Na een paar keer geweld te hebben gebruikt, begint Danny te praten. Michael en Richard hebben op een gegeven moment door dat ze niet alleen zijn. Stef, Ruud en een paar vrienden van hen zijn achter hen komen staan. Er volgt een achtervolging, maar door het behendig rijden van Richard ontkomen ze weer.
De volgende dag gaat Michael naar een lotgenotengroep van mensen waarvan hun identiteit ook gestolen is. Wanneer hij weer naar buiten gaat en op Richard wacht, komen de twee mannen die zich vorige keer als medewerkers van ‘Post’ voordeden. Er volgt een achtervolging tussen de twee mannen en Michael. Hij wordt steeds verder in het nauw gedreven en uiteindelijk rijdt Richard door de muur heen en redt Michael. Ondertussen begint er ook iets te bloeien tussen Michael en Guusje van Donnee.
Als Michael met de trein naar Amsterdam gaat, is er een terreurdreiging en wordt de trein ontruimt. Michael wordt als verdachte aangehouden omdat er zware misdaden op zijn naam staan. Hij wordt nummer 17 genoemd. Bij de ondervraging blijkt dat de pen die hij oppakte bij het ongeluk, geen gewone pen is, maar een USB-stick, waar allemaal belangrijke informatie opstaat. Daarom werd hij dus steeds achtervolgd. Michael maakt een deal met Defensie en hij zal ze helpen de zaak van Bas Hoogeman op te lossen.
Karl, een vriend van Michael, weet ondertussen hoe hij z’n identiteit is kwijtgeraakt. Via Second Life is hij in Hotel Geweest geweest en daardoor hebben ze zijn gegevens te pakken gekregen. Ruud Zwaal heeft daarvoor gezorgd. Karl en zijn team zorgen ervoor dat zij in het bezit komen van het virtuele Hotel. Ondertussen wordt Danny opgepakt. Met een beetje druk, bekent Ruud en ruilen ze Danny in voor Ruud op het politiebureau. Ruud heeft identiteiten gestolen om voor zijn familie te kunnen onderhouden, aangezien Danny niet kan werken en ze na de dood van hun vader in de problemen kwamen. Guusje van Donnee heeft blijkbaar de hypotheken rond het '3-miljoen-huis' opgezegd en is dus betrokken geweest. Michael voelt zich natuurlijk bedrogen. Nog niet alles is echter opgelost, ze zorgen ervoor dat Stef en Danny nog vijf identiteiten aan de vermoedelijke tussenpersonen verkoopt. Richard en Michael achtervolgen de tussenpersonen. Op een gegeven moment stapt de blonde man uit en koopt een treinkaartje. Michael blijft hem achtervolgen en Richard achtervolgt de auto. Richard belt uiteindelijk de Defensie en ze halen de tussenpersoon in de auto op. In de trein loopt het echter niet zo goed. Er komen nog drie mannen in de trein en met z’n vieren sleuren ze Michael in het wc hokje. Ze slaan hem in elkaar, op het eindstation ontsnapt Michael en rent zo hard als hij kan. Hij belt Richard op en hij wacht hem bij een achteruitgang op. Als Michael daar uiteindelijk aankomt, ziet hij Richard niet staan. Wanneer hij zich omdraait, ziet hij de vier mannen, maar daarachter politie en militairen. De vier mannen worden opgepakt en ze hebben het hele gebeuren ontrafelt. Ruud verkocht Michaels identiteit aan de tussenpersonen en zij gaven het weer aan illegale mensen die misdaden begingen.

2. Verwachtingen
 
Dit boek ben ik gaan lezen, omdat een vriendin deze op haar bureau had liggen en ik de achterkant ging lezen. Ze vertelde dat het een heel leuk boek was en dat ze het snel uit had, doordat het zo spannend was. Ik mocht het lenen en ben het gaan lezen. Ik verwachtte dus dat het spannend was en dat ik het ook snel uit zou hebben.

De schrijver was voor mij onbekend, dus deze schiep geen verwachtingen in mijn hoofd. Ook had ik verder nog nooit iets van hem gehoord, terwijl hij wel een bekende auteur was door 'De macht van meneer Miller'. 

3. Motieven en thema
 
Het thema is het verliezen van je identiteit en de mogelijke gevolgen daarvan. In dit boek kwam dat door  het gebruik van internet. Je beseft heel erg goed dat de gevolgen van je gegevens op internet zetten fataal kan zijn.
Het motief vertrouwen vond ik ook zeer sterk naar voren komen, Michael moest namelijk vertrouwen op zijn advocaten, terwijl een van hen een dubbelrol speelde. Alles blijkt dus zomaar onzeker te kunnen zijn. Dat is een gek idee aangezien je denkt van een advocaat dat die wel naar waarheid zullen handelen. 
Het niet jezelf kunnen zijn of je eigen identiteit met meerdere mensen is ook een vreemde gewaarwording. Het willen bewijzen van wie je bent, maar dat niet kunnen, omdat er meerdere mensen en papieren zijn die het tegendeel bewijzen. Michael stond er alleen voor en was ook alleen in de cel. Hij kon niemand bereiken, mocht niemand bellen en er mocht niemand contact met hem hebben behalve zijn advocate. Als dan achteraf blijkt dat die advocate onbetrouwbaar is geweest, merk je nog meer dat je hele leven door zoiets onzeker kan zijn.

4. Beoordeling
 
A: schrijfstijl

 Citaat (blz. 241):
'U heeft contact gezocht met mij. Niet andersom.'
Ze bleef naast de tafel staan en zei niets. Ze begon me te irriteren. Als ze informeel met mij wilde praten, zonder dat de commissie het wist, dan verwachtte ik ook wat terug. Informeel praten is handelen, dat is de onuitgesproken afspraak. Zij probeerde onder die afspraak uit te komen.
'Ik zoek informatie over het ongeluk', zei ze. 'Over wat de heer Hoogeman is overkomen.' 
'Dat is niet wat u schreef. U vroeg mij of ik wilde praten en dan verwacht ik dat u dat ook doet.' 

 Deze schrijfstijl is ideaal. Het is vlot geschreven en de gedachten van de hoofdpersoon komen extra naar voren, waardoor je meeleeft. Je snapt precies wat Michael denkt en dat maakt dat je als lezer betrokken raakt bij het verhaal en de situaties waar hij terecht komt. De schrijver heeft ook alle informatie eenzijdig gegeven, waardoor je alleen de kant van Michaels verhaal kent. Je snapt daardoor dus nog beter wat de hoofdpersoon doormaakt.

B: inhoud

Personages:
De hoofdpersoon is Michael. Daarna komt Richard zijn 'beveiliger'. Ernaast staan de twee advocaten. Dit groepje personen vertrouw je als lezer volkomen. Je denkt dat zij met z'n allen Michael geloven en hem uit de problemen willen halen. Als dan blijkt dat een advocaat heeft gelogen, kijk je toch naar jezelf met een bepaalde onzekerheid, omdat je hen zo vertrouwde.

Ruimte:
Het verhaal heeft zich afgespeeld in verschillende ruimtes. De ruime die het meeste indruk op mij heeft gemaakt is in de gevangenis: de cel. Je bent daar volkomen alleen en afgesloten van de buitenwereld. Je kunt geen contact met bekenden maken, hoe graag je dat ook wilt. De enigen waar je contact mee hebt verdenken je van dingen die je niet hebt gedaan.

5. Eindoordeel
 

Dit boek scoort bij mij heel hoog. Het onderwerp van het boek sprak mij heel erg aan. Ook de manier hoe de schrijver het boek had ingedeeld. Het boek bestond uit veel hoofdstukken. Dus de hoofdstukken waren kort. Soms was een hoofdstuk ook maar één zin:

Citaat (blz. 164):
'43 Kopieer van tijdelijk geheugen naar permanent geheugen


Dit gaat niet over mij - onthouden - dit gaat niet over mij.'

Dit was dan hoofdstuk 43. Het leest makkelijk en je merkt door dit ene zinnetje alle paniek die zich in de hoofdpersoon ophoopt. Door deze ene zin wordt veel duidelijker dat hij zich verschrikkelijk voelt, dan dat de schrijver een paar bladzijdes vol had geschreven over al de ellende die Michael meemaakt in zijn hoofd.
De innerlijke strijd komt heel vaak voor in dit boek. Als Michael namelijk in de cel zit, krijg je al zijn gedachten die hij over een cel in het algemeen heeft. Hij voelt zich een echte misdadiger, terwijl hij weet dat hij onschuldig is. 

Citaat (blz. 36):
'Eenheid van opsluiting. Klein vertrek in gevangenis. Kern van vrijheidsberoving. Ruimte om straffen of om anderen te beschermen. Ruimte om te isoleren, af te sluiten van de omgang met anderen. Verbreken van contact en verbreken van relaties. Afstand van alles en iedereen. Eenvormigheid van ruimte en omgeving. Geen verschil, geen onderscheid. Oplossen door beperken. Voorlopig eindpunt.'

Dat heeft mij in het boek heel erg getrokken om door te lezen en maakte mij nieuwsgierig naar de uitkomst van het raadsel over de identiteit van Michael had gestolen en hoe hij anderen van zijn onschuld moet overtuigen.

Hier en daar staan ook leuke logische feiten in, die het verhaal weer wat luchtiger en leuker maken:

Citaat (blz. 91):
"Ik wacht op bericht van de advocaat uit Monster', zei ik en ik kon mijn ongeduld nauwelijks verbergen. Ik wachtte al te lang. 'Maar een plotselinge overval hier op straat lijkt mij overdreven. Dat verwacht ik niet.'
'Richard schudde zijn hoofd. 'Een overval is altijd onverwacht', zei hij. 'Vooral een plotselinge.'"



6. Lijst van gebruikte bronnen

Kees van der Pol, Boekverslag Charles den Tex, 1 juli 2008, internet
http://www.scholieren.com/boekverslagen/28518

Jürgen Joosten, Charles den Tex, 3 juni 2012, internet



woensdag 11 april 2012

Klas 5: Leesverslag Post Voor Mevrouw Bromley (Stefan Brijs)

1. Algemene informatie
a)
I. Auteur:
   Titel:
II. Plaats van uitgave: Amsterdam
    Jaar van uitgave: 2011
    Jaar van eerste uitgave: 2011
III. Aantal pagina's: 510
Stefan Brijs - Post voor mevrouw Bromley

 
b) Genre: psychologische roman

c) Samenvatting:
Post voor mevrouw Bromley vertelt het tragische verhaal van John Patterson. John Patterson is een jongen van 19 jaar, die op het punt staat Engelse literatuur te gaan studeren aan King’s College, Londen. John verloor zijn moeder vlak na zijn geboorte, dus nu woont hij samen met zijn vader, die als postbode werkt.
Dan breekt opeens de oorlog met de Duitsers uit. Enthousiast komt de zeventienjarige Martin Bromley bij John langs om hem te vragen samen naar het front te gaan. Martin is al sinds jongs af aan de beste vriend van John, maar zijn stoerheid en agressiviteit zijn vaak teveel voor John. Ook nu laat hij het afweten en vertelt hij Martin dat hij binnenkort gaat studeren en dus niet meegaat om tegen de Duitsers te vechten. Martin meldt zichzelf wel aan, maar komt niet door de keuring wegens zijn leeftijd en lengte. Toch weet Martin na een paar weken zichzelf bij de Royal Fusiliers binnen te smokkelen, als hij de geboortepapieren van zijn (oudere) overleden broer Matthew gebruikt.
Tijdens zijn studie ontmoet John William Dunn, een student Duitse literatuur. Samen bouwen ze een hechte vriendschap op, gebaseerd op de vele literaire teksten die ze elkaar proberen bij te brengen. William verzet zich fel tegen de (onjuiste) Engelse propaganda en is bezig een pamflet samen te stellen, waarin hij alle leugens en misstappen van de Britse regering over de oorlog aan de kaak stelt. De druk op ‘thuisblijvers’ neemt echter toe: iedereen die oud genoeg is om te vechten maar zich niet aanmeldt, wordt minachtend aangekeken en bespot. De druk wordt na een paar weken voor William te groot en hij ontneemt zichzelf het leven, John vriendloos achterlatend.
Als John’s vader een paar weken later ongelukkig om het leven komt tijdens een brand en John een brief vindt, gericht aan mevrouw Bromley, waarin het overlijden van ‘Matthew’ Bromley wordt bevestigd, is de maat vol en meldt ook hij zich aan voor het leger.
In het leger wordt John aangesteld als de bediende van Luitenant Ashwell, een vriendelijke man. John’s compagnie heeft het relatief rustig en na een paar maanden krijgt John drie dagen verlof. Hij kiest ervoor om naar Poperinge te gaan, een ‘Brits’ dorpje in Noord-Frankrijk, waar hij Jack Cunningham, een oud compagniegenoot van Martin, ontmoet. Jack vertelt John over de tragische dood van Martin, die helemaal niet heldhaftig blijkt te zijn geweest. Onthutst keert John terug naar zijn eigen compagnie, om te horen dat ze over een paar dagen de loopgraven in moeten. John besluit zijn afscheidsbrief aan mevrouw Bromley te schrijven, waarin hij tevens vertelt dat Martin gestorven is. Gebroken maakt hij zich klaar voor de strijd.
Een paar dagen later vertrekt hij naar de loopgraven.

(zie bronnen onderaan voor bron en auteur van bovenstaande samenvatting)

2. Verwachtingen
Ik kwam op het idee om dit boek te lezen, omdat het mij werd aangeraden in de mediatheek. Het gaat namelijk over de Eerste Wereldoorlog en dat is een onderwerp waar ik een grote achtergrond van weet en dat mij erg interesseert. Ook was dit boek van hoog niveau (5) en het leek mij toch een redelijk boek om te lezen. Dat kwam ook vooral omdat ik dacht er veel van te weten.

De schrijver was mij volledig onbekend en hij schiep dus geen verwachtingen in mijn hoofd van waar het boek heen kon gaan qua inhoud.

3. Motieven en thema
Het thema van dit boek is oorlog, de Eerste Wereldoorlog. De motieven van dit boek zijn de gevoelens, gedachtes en karakters die in een oorlog vaak duidelijk omhoog komen. In dit boek moed en lafheid, hoop en vriendschap, gemis en verlangen.
Al deze motieven zijn vrij goed uitgewerkt en je merkt dat meerdere gevoelens in één persoon zitten die elkaar tegenwerken.
Moed en lafheid zijn bijvoorbeeld te merken op het slagveld, maar ook bij John Patterson op de universiteit. Twee gevoelens die elkaar in een oorlog constant tegenwerken.
Hoop, hèt motief uit een oorlog. Je vestigt namelijk al je vertrouwen in hoop. Mevrouw Bromley vestigde haar hoop ook op het idee dat haar zoon Martin nog in leven zou zijn, maar die hoop wordt de grond in geslagen door 'de post', zoals in de titel genoemd, waarin staat dat haar zoon is overleden aan het front.
De vriendschap tussen Martin en John. Ze waren hele goede vrienden, maar oorlog verandert mensen. De oorlog heeft ook Martin en John zodanig verandert dat ze niet meer bij elkaar passen, maar toch blijft het idee van vriendschap bestaan. John en Martin zullen elkaar niet vaak meer zien, maar toch zullen ze onbewust vrienden blijven, terwijl ze dat eigenlijk niet aan elkaar willen bekennen.
Gemis en verlangen. Ook motieven die het thema oorlog volledig ondersteunen. Vrienden, gezinnen en geliefden worden uit elkaar gerukt. Levens worden afgenomen en verlangen naar de situatie van voor de oorlog is een alledaags verschijnsel. Mensen missen elkaar en verlangen naar elkaar. Mensen missen het normale leven en verlangen ernaar.

4. Beoordeling
A: schrijfstijl
Bij een boek van niveau 5 had ik verwacht dat de schrijfstijl moeilijk zal zijn. Lange zinnen, veel moeilijke woorden, veel achterliggende kennis die je paraat moet hebben staan... Dit alles viel gelukkig erg mee.
De zinnen waren redelijk kort en er zaten veel dialogen in. Ik kwam ook geen woorden tegen waarbij de betekenis mij niet bekend was. De kennis die ik had over de Eerste Wereldoorlog was soms wel handig, maar zonder kennis daarvan is het boek nog steeds heel makkelijk te begrijpen.

Citaat (blz. 9: begin van het boek):
"Martin was veranderd. Dat viel me meteen op toen hij in de deuropening verscheen en opgewonden verkondigde dat het oorlog was. Het was woensdagochtend 5 augustus 1914. Ik zat te lezen in Paradise Lost. Zijn komst verraste me meer dan zijn woorden. Ik wist niet wat te zeggen.
    'Dat is verdomd goed nieuws, niet?' vroeg hij, verbaasd dat ik zijn enthousiasme niet spontaan deelde, en als om me te overtuigen voegde hij eraan toe: 'We zullen die Duitsers eens 'n lesje leren!'"

B: inhoud

Tijd:
De tijd waarin het boek zich afspeelt is vrij duidelijk. Het begint op 5 augustus 1914 en eindigt in mei 1917. Het verhaal speelt zich in chronologische volgorde af en de gebeurtenissen zoals ze in de oorlog zijn gebeurd, kun je terugvinden in het boek. De jaartallen komen met de werkelijkheid overeen en door de chronologische volgorde laat Stefan Brijs je precies zien hoe de oorlog in Engeland over de tijd was verdeeld.

Personages:
Het is leuk om te zien dat de twee vrienden John en Martin twee totaal verschillende karakters hebben en toch beste vrienden zijn. In het verhaal merk je steeds meer dat beide jongens veranderen en de vriendschap verwaterd. Toch snap je van allebei de jongens dat ze op die manier reageren. Het schept een band met de lezer op de manier zoals de karakters zijn beschreven.

5. Eindoordeel


Dit boek is naar mijn mening perfect. Het is een boek van niveau 5, maar je kunt het lezen als een fijne roman. Dat komt doordat het boek zo overzichtelijk is, omdat er gebruik is gemaakt van chronologische volgorde.

Het thema sprak me bij voorbaat al aan. Stefan Brijs beschrijft het verhaal als realiteit, terwijl het fictie is. Je zou zomaar kunnen geloven dat dit een biografie is. Ik vind dat fijn in een boek, omdat je dan weet dat je niet zomaar een 'sprookje' leest. Het geeft een beeld van hoe het leven toen moet zijn geweest.


Er worden een heleboel details verteld, wat de realiteit nog meer aangeeft. Gevoelens spelen grote parten en je kunt je makkelijk inleven in alles wat John meemaakt. In sommige boeken vertellen schrijvers net te veel of te weinig gevoelens, waardoor de geloofwaardigheid wegvalt. Stefan Brijs gebruikt naar mijn mening precies genoeg gevoelens.



Citaat (blz. 345):
"De winter had slechts een korte adempauze gehouden. Het mocht dan al maart zijn, het was guurder dan ooit toen we naar de loopgraven vertrokken. Een bittere kou deed onze wangen verstenen en een strakke wind joeg een messcherpe ijshagel over de zwaar gebombadeerde weg die naar de achterste linie voerde. Door het slechte weer en de allesomhullende duisternis was een voortdurende waakzaamheid vereist, die elke gedachte over wat ons te wachten stond naar de achergrond verdrong. Zelfs de vermoeidheid die me bij het vertrek nog parten had gespeeld, werd door de omstandigheden de kop ingedrukt."

In dit boek komt ook drama naar voren. Als mevrouw Bromley namelijk haar brief krijgt waarin staat dat haar zoon Martin is overleden. De spanning die men in de loopgraven meemaakte en de ellende is goed en uitvoerig beschreven. In het komende citaat is bijvoorbeeld de dood van Jimmy beschreven, een jongen uit de loopgraven. Het hoofdstuk stopt met een cliffhanger en je staat op dat moment even stil bij het idee dat die Jimmy echt is overleden. Dat vond ik erg mooi, omdat de schrijver nu niet meteen verder ging met de gedachten die John erover had, maar je zelf besefte dat er een einde was aan zijn leven. Je kwam als het ware in een soort shock die je ook zou hebben als je er zelf bij was geweest.

Citaat (blz. 359/360):
"Toen pakte hij de helm vast en bracht die in één beweging tot boven zijn hoofd, vast met de bedoeling hem op te zetten en zichzelf te laten bewonderen. Maar zover kwam het niet, want op dat ogenblik zag iederen, behalve Jimmy zelf, de handgranaat die ook op de stoel lag en waarvan de pin met een dunne draad van paardenhaar aan de helm was vastgemaakt.
    'Jimmy, néééé!' gilden we nog."

Mijn verwachtingen waren positief over dit boek en Stefan Brijs heeft mijn verwachtingen compleet waargemaakt. Het boek was uit voor ik er erg in had en dat is best bijzonder bij een boek met meer dan 500 bladzijdes. Ik vond het zelfs jammer dat het boek was afgelopen. Ik had namelijk nog willen weten wat er verder was gekomen. Het boek had geen volkomen open einde, maar het laatste stuk riep toch nog vragen op waarbij je de antwoorden zelf moest geven.

Citaat (blz. 506):
"Maar ik hoor hem nog nauwelijks. Ik repeteer voor de zoveelste keer in mezelf wat ik dadelijk hardop zal uitspreken. De woorden die ik ook in mijn afscheidsbrief had geschreven.
   Martin is dood, mevrouw Bromley. Maar hij is gestorven als een held. Een echte held.
   'Kom, John, we kunnen,' klinkt dan de stem van Rathband boven mijn hoofd en met een kleine schok komt mijn stoel in beweging."

Ik ben echt onder de indruk van dit boek, daarom zal ik het iedereen aanraden die iets met boeken over oorlogen heeft.

6. Lijst van gebruikte bronnen

- Kees van der Pol, Boekverslag Stefan Brijs Post voor Mevrouw Bromley, internet, 1 november 2011, (http://www.scholieren.com/boekverslagen/33659)

- Danielle Serdijn, Een lezer in de loopgraven, internet, 17 oktober 2011, (http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/220454/Post-voor-mevrouw-Bromley.html)

- Tobias Wouters, Leesverslag 'Post voor mevrouw Bromley', internet, 24 november 2012,
(http://tobiaswouters.blogspot.nl/2012/11/leesverslag-post-voor-mevrouw-bromley.html)