woensdag 11 april 2012

Klas 5: Leesverslag Post Voor Mevrouw Bromley (Stefan Brijs)

1. Algemene informatie
a)
I. Auteur:
   Titel:
II. Plaats van uitgave: Amsterdam
    Jaar van uitgave: 2011
    Jaar van eerste uitgave: 2011
III. Aantal pagina's: 510
Stefan Brijs - Post voor mevrouw Bromley

 
b) Genre: psychologische roman

c) Samenvatting:
Post voor mevrouw Bromley vertelt het tragische verhaal van John Patterson. John Patterson is een jongen van 19 jaar, die op het punt staat Engelse literatuur te gaan studeren aan King’s College, Londen. John verloor zijn moeder vlak na zijn geboorte, dus nu woont hij samen met zijn vader, die als postbode werkt.
Dan breekt opeens de oorlog met de Duitsers uit. Enthousiast komt de zeventienjarige Martin Bromley bij John langs om hem te vragen samen naar het front te gaan. Martin is al sinds jongs af aan de beste vriend van John, maar zijn stoerheid en agressiviteit zijn vaak teveel voor John. Ook nu laat hij het afweten en vertelt hij Martin dat hij binnenkort gaat studeren en dus niet meegaat om tegen de Duitsers te vechten. Martin meldt zichzelf wel aan, maar komt niet door de keuring wegens zijn leeftijd en lengte. Toch weet Martin na een paar weken zichzelf bij de Royal Fusiliers binnen te smokkelen, als hij de geboortepapieren van zijn (oudere) overleden broer Matthew gebruikt.
Tijdens zijn studie ontmoet John William Dunn, een student Duitse literatuur. Samen bouwen ze een hechte vriendschap op, gebaseerd op de vele literaire teksten die ze elkaar proberen bij te brengen. William verzet zich fel tegen de (onjuiste) Engelse propaganda en is bezig een pamflet samen te stellen, waarin hij alle leugens en misstappen van de Britse regering over de oorlog aan de kaak stelt. De druk op ‘thuisblijvers’ neemt echter toe: iedereen die oud genoeg is om te vechten maar zich niet aanmeldt, wordt minachtend aangekeken en bespot. De druk wordt na een paar weken voor William te groot en hij ontneemt zichzelf het leven, John vriendloos achterlatend.
Als John’s vader een paar weken later ongelukkig om het leven komt tijdens een brand en John een brief vindt, gericht aan mevrouw Bromley, waarin het overlijden van ‘Matthew’ Bromley wordt bevestigd, is de maat vol en meldt ook hij zich aan voor het leger.
In het leger wordt John aangesteld als de bediende van Luitenant Ashwell, een vriendelijke man. John’s compagnie heeft het relatief rustig en na een paar maanden krijgt John drie dagen verlof. Hij kiest ervoor om naar Poperinge te gaan, een ‘Brits’ dorpje in Noord-Frankrijk, waar hij Jack Cunningham, een oud compagniegenoot van Martin, ontmoet. Jack vertelt John over de tragische dood van Martin, die helemaal niet heldhaftig blijkt te zijn geweest. Onthutst keert John terug naar zijn eigen compagnie, om te horen dat ze over een paar dagen de loopgraven in moeten. John besluit zijn afscheidsbrief aan mevrouw Bromley te schrijven, waarin hij tevens vertelt dat Martin gestorven is. Gebroken maakt hij zich klaar voor de strijd.
Een paar dagen later vertrekt hij naar de loopgraven.

(zie bronnen onderaan voor bron en auteur van bovenstaande samenvatting)

2. Verwachtingen
Ik kwam op het idee om dit boek te lezen, omdat het mij werd aangeraden in de mediatheek. Het gaat namelijk over de Eerste Wereldoorlog en dat is een onderwerp waar ik een grote achtergrond van weet en dat mij erg interesseert. Ook was dit boek van hoog niveau (5) en het leek mij toch een redelijk boek om te lezen. Dat kwam ook vooral omdat ik dacht er veel van te weten.

De schrijver was mij volledig onbekend en hij schiep dus geen verwachtingen in mijn hoofd van waar het boek heen kon gaan qua inhoud.

3. Motieven en thema
Het thema van dit boek is oorlog, de Eerste Wereldoorlog. De motieven van dit boek zijn de gevoelens, gedachtes en karakters die in een oorlog vaak duidelijk omhoog komen. In dit boek moed en lafheid, hoop en vriendschap, gemis en verlangen.
Al deze motieven zijn vrij goed uitgewerkt en je merkt dat meerdere gevoelens in één persoon zitten die elkaar tegenwerken.
Moed en lafheid zijn bijvoorbeeld te merken op het slagveld, maar ook bij John Patterson op de universiteit. Twee gevoelens die elkaar in een oorlog constant tegenwerken.
Hoop, hèt motief uit een oorlog. Je vestigt namelijk al je vertrouwen in hoop. Mevrouw Bromley vestigde haar hoop ook op het idee dat haar zoon Martin nog in leven zou zijn, maar die hoop wordt de grond in geslagen door 'de post', zoals in de titel genoemd, waarin staat dat haar zoon is overleden aan het front.
De vriendschap tussen Martin en John. Ze waren hele goede vrienden, maar oorlog verandert mensen. De oorlog heeft ook Martin en John zodanig verandert dat ze niet meer bij elkaar passen, maar toch blijft het idee van vriendschap bestaan. John en Martin zullen elkaar niet vaak meer zien, maar toch zullen ze onbewust vrienden blijven, terwijl ze dat eigenlijk niet aan elkaar willen bekennen.
Gemis en verlangen. Ook motieven die het thema oorlog volledig ondersteunen. Vrienden, gezinnen en geliefden worden uit elkaar gerukt. Levens worden afgenomen en verlangen naar de situatie van voor de oorlog is een alledaags verschijnsel. Mensen missen elkaar en verlangen naar elkaar. Mensen missen het normale leven en verlangen ernaar.

4. Beoordeling
A: schrijfstijl
Bij een boek van niveau 5 had ik verwacht dat de schrijfstijl moeilijk zal zijn. Lange zinnen, veel moeilijke woorden, veel achterliggende kennis die je paraat moet hebben staan... Dit alles viel gelukkig erg mee.
De zinnen waren redelijk kort en er zaten veel dialogen in. Ik kwam ook geen woorden tegen waarbij de betekenis mij niet bekend was. De kennis die ik had over de Eerste Wereldoorlog was soms wel handig, maar zonder kennis daarvan is het boek nog steeds heel makkelijk te begrijpen.

Citaat (blz. 9: begin van het boek):
"Martin was veranderd. Dat viel me meteen op toen hij in de deuropening verscheen en opgewonden verkondigde dat het oorlog was. Het was woensdagochtend 5 augustus 1914. Ik zat te lezen in Paradise Lost. Zijn komst verraste me meer dan zijn woorden. Ik wist niet wat te zeggen.
    'Dat is verdomd goed nieuws, niet?' vroeg hij, verbaasd dat ik zijn enthousiasme niet spontaan deelde, en als om me te overtuigen voegde hij eraan toe: 'We zullen die Duitsers eens 'n lesje leren!'"

B: inhoud

Tijd:
De tijd waarin het boek zich afspeelt is vrij duidelijk. Het begint op 5 augustus 1914 en eindigt in mei 1917. Het verhaal speelt zich in chronologische volgorde af en de gebeurtenissen zoals ze in de oorlog zijn gebeurd, kun je terugvinden in het boek. De jaartallen komen met de werkelijkheid overeen en door de chronologische volgorde laat Stefan Brijs je precies zien hoe de oorlog in Engeland over de tijd was verdeeld.

Personages:
Het is leuk om te zien dat de twee vrienden John en Martin twee totaal verschillende karakters hebben en toch beste vrienden zijn. In het verhaal merk je steeds meer dat beide jongens veranderen en de vriendschap verwaterd. Toch snap je van allebei de jongens dat ze op die manier reageren. Het schept een band met de lezer op de manier zoals de karakters zijn beschreven.

5. Eindoordeel


Dit boek is naar mijn mening perfect. Het is een boek van niveau 5, maar je kunt het lezen als een fijne roman. Dat komt doordat het boek zo overzichtelijk is, omdat er gebruik is gemaakt van chronologische volgorde.

Het thema sprak me bij voorbaat al aan. Stefan Brijs beschrijft het verhaal als realiteit, terwijl het fictie is. Je zou zomaar kunnen geloven dat dit een biografie is. Ik vind dat fijn in een boek, omdat je dan weet dat je niet zomaar een 'sprookje' leest. Het geeft een beeld van hoe het leven toen moet zijn geweest.


Er worden een heleboel details verteld, wat de realiteit nog meer aangeeft. Gevoelens spelen grote parten en je kunt je makkelijk inleven in alles wat John meemaakt. In sommige boeken vertellen schrijvers net te veel of te weinig gevoelens, waardoor de geloofwaardigheid wegvalt. Stefan Brijs gebruikt naar mijn mening precies genoeg gevoelens.



Citaat (blz. 345):
"De winter had slechts een korte adempauze gehouden. Het mocht dan al maart zijn, het was guurder dan ooit toen we naar de loopgraven vertrokken. Een bittere kou deed onze wangen verstenen en een strakke wind joeg een messcherpe ijshagel over de zwaar gebombadeerde weg die naar de achterste linie voerde. Door het slechte weer en de allesomhullende duisternis was een voortdurende waakzaamheid vereist, die elke gedachte over wat ons te wachten stond naar de achergrond verdrong. Zelfs de vermoeidheid die me bij het vertrek nog parten had gespeeld, werd door de omstandigheden de kop ingedrukt."

In dit boek komt ook drama naar voren. Als mevrouw Bromley namelijk haar brief krijgt waarin staat dat haar zoon Martin is overleden. De spanning die men in de loopgraven meemaakte en de ellende is goed en uitvoerig beschreven. In het komende citaat is bijvoorbeeld de dood van Jimmy beschreven, een jongen uit de loopgraven. Het hoofdstuk stopt met een cliffhanger en je staat op dat moment even stil bij het idee dat die Jimmy echt is overleden. Dat vond ik erg mooi, omdat de schrijver nu niet meteen verder ging met de gedachten die John erover had, maar je zelf besefte dat er een einde was aan zijn leven. Je kwam als het ware in een soort shock die je ook zou hebben als je er zelf bij was geweest.

Citaat (blz. 359/360):
"Toen pakte hij de helm vast en bracht die in één beweging tot boven zijn hoofd, vast met de bedoeling hem op te zetten en zichzelf te laten bewonderen. Maar zover kwam het niet, want op dat ogenblik zag iederen, behalve Jimmy zelf, de handgranaat die ook op de stoel lag en waarvan de pin met een dunne draad van paardenhaar aan de helm was vastgemaakt.
    'Jimmy, néééé!' gilden we nog."

Mijn verwachtingen waren positief over dit boek en Stefan Brijs heeft mijn verwachtingen compleet waargemaakt. Het boek was uit voor ik er erg in had en dat is best bijzonder bij een boek met meer dan 500 bladzijdes. Ik vond het zelfs jammer dat het boek was afgelopen. Ik had namelijk nog willen weten wat er verder was gekomen. Het boek had geen volkomen open einde, maar het laatste stuk riep toch nog vragen op waarbij je de antwoorden zelf moest geven.

Citaat (blz. 506):
"Maar ik hoor hem nog nauwelijks. Ik repeteer voor de zoveelste keer in mezelf wat ik dadelijk hardop zal uitspreken. De woorden die ik ook in mijn afscheidsbrief had geschreven.
   Martin is dood, mevrouw Bromley. Maar hij is gestorven als een held. Een echte held.
   'Kom, John, we kunnen,' klinkt dan de stem van Rathband boven mijn hoofd en met een kleine schok komt mijn stoel in beweging."

Ik ben echt onder de indruk van dit boek, daarom zal ik het iedereen aanraden die iets met boeken over oorlogen heeft.

6. Lijst van gebruikte bronnen

- Kees van der Pol, Boekverslag Stefan Brijs Post voor Mevrouw Bromley, internet, 1 november 2011, (http://www.scholieren.com/boekverslagen/33659)

- Danielle Serdijn, Een lezer in de loopgraven, internet, 17 oktober 2011, (http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/220454/Post-voor-mevrouw-Bromley.html)

- Tobias Wouters, Leesverslag 'Post voor mevrouw Bromley', internet, 24 november 2012,
(http://tobiaswouters.blogspot.nl/2012/11/leesverslag-post-voor-mevrouw-bromley.html)

maandag 9 januari 2012

Klas 5: verwerkingsopdracht 2; Het bittere kruid (Marga Minco)

Algemene informatie
a)
I. Auteur: Marga Minco
  Titel: Het bittere kruid
II. Plaats van uitgave: Groningen
    Jaar van uitgave: 2001
    Jaar van eerste uitgave: 1957

1: Samenvatting
 
De familie van Marga woont in Breda. Na de Duitse inval krijgen ze het steeds moeilijker omdat ze joods zijn: ze worden opgeroepen voor het werkkamp, de ouders worden gedwongen te verhuizen naar het Judenviertel in Amsterdam en Bettie wordt opgepakt bij een razzia. Marga besluit ook naar Amsterdam te reizen om zich bij haar ouders te voegen.
Op een zekere dag is er een razzia en haar ouders worden opgepakt. Marga weet echter te ontsnappen. Marga’s broer Dave en zijn vrouw Lotte reizen met Marga naar Utrecht: daar is een onderduikadres. Lotte wordt echter opgepakt en Dave meldt zich vervolgens vrijwillig. In Utrecht blijkt er geen plaats te zijn voor Marga. Ze gaat terug naar Amsterdam. Via Wout, een kennis, krijgt Marga een onderduikadres op het platteland. Als haar geld op is, besluit Marga de boerenfamilie niet langer tot last te zijn. Wout regelt een nieuw persoonsbewijs en een nieuw onderduikadres. Daar blijft Marga tot de oorlog voorbij is.
Na de oorlog zoekt zij haar oom in Zeist op. Deze oom heeft bericht gekregen dat zijn hele familie omgekomen is, maar toch staat hij iedere keer bij de tramhalte te wachten of er toch iemand terugkomt. Wanneer deze oom gestorven is, gaat Marga nog een keer naar Zeist. Eigenlijk vindt ze het nu vreemd dat haar oom niet meer bij de tramhalte staat en ze vraagt zich af waarom zij zelf niet blijft wachten. Maar ze komt tot de conclusie dat ze het geloof van haar oom mist, ze weet dat er niemand terugkomt.

2: Bespreking thematiek
 
Motieven: Joden, de Tweede Wereldoorlog, onderduiken en angst.
Thema: Het vluchten van de Joden in de oorlog.

3: Bespreking belangrijkste personen vanuit de vraag: "Hoe gaan ze om met hun problemen?"
 
Marga: Zij probeert haar problemen een plekje te geven en zoekt naar een weg zodat zij ze het beste kan dragen. Ze wil wel graag het 'oude vertrouwde' vasthouden. Ze denkt vaak aan haar ouderlijk huis in Breda en vergelijkt dat met het huis waar haar ouders nu wonen in Amsterdam. Ook zou ze graag de familie bij elkaar hebben gehad. Toen haar broer Dave haar in de steek had gelaten (zoals door haar werd gedacht) was zij blij toen ze terug kon naar hen.

Vader van Marga: Deze ontkent eerst de geruchten en mogelijke negatieve gevolgen voor hen. Later komt hij erachter dat die er wel zijn en probeert zijn dochter Marga te beschermen en op die manier gaat hij tegen het beleid in, maar hij zal zijn eigen lot wel gelaten over zich heen laten komen.

Moeder van Marga: Zij komt niet vaak voor in dit verhaal, omdat zij de passieve positie inneemt en probeert het beste te maken van wat hun gezin overkomt. Dit figuur is een echt 'moederend' persoon, maar zal tegelijk met de vader van Marga worden opgepakt en naar een kamp worden gestuurd.

Dave (broer van Marga): Hij ziet eerst niet in dat zijn problemen echte problemen zijn. Hij ziet ze juist meer als avontuur waar hij met goede moed in wil gaan. Zijn omgeving maakt hem duidelijk dat dit geen avontuur is, maar een serieuze zaak waar hij tegenin moet gaan als hij in leven wil blijven. Hij zal dit ook zeker doen, maar als zijn vrouw Lotte wordt aangehouden en gearresteerd, meldt hij zich vrijwillig. Na dat moment hoor je niets meer over hem, maar dat hij zich meldt geeft al een zekere berusting in zijn lot aan.

4: In hoeverre speelt de ruimte een rol?
 
De ruimtes zijn in dit boek zeer verschillend: Breda, Amersfoort, Amsterdam, Utrecht, Nieuw Vennep, Heemstede en Zeist.
Deze steden geven aan dat Marga en alle overige Joden in die tijd geen vast bestaan hadden. Zij moesten constant vluchten, op andere plekken onderduiken of ze werden gedeporteerd naar (werk)kampen. Je zou het een onophoudelijke reis of vlucht kunnen noemen.

In dit boek komt dus de stroming romantiek heel erg naar voren. Vooral bij de vader van Marga en bij Marga zelf ook. Voordat ze de onbegrijpelijke gebeurtenissen eenmaal een plek hebben gegeven vluchten ze met hun gedachten en angsten in ongeloof of ze kijken naar de wereld door een bril waarvan de kleur hen zelf aanspreekt zoals Dave, de broer van Marga, doet.

Later in het boek vind je steeds meer elementen uit de stroming naturalisme. De moeder van Marga is daar een goed voorbeeld van; ze neemt alles aan zoals het is en maakt er het beste van. Ze heeft rust bij het noodlot dat hen treft. Het heeft ergens wat weg van fatalisme, want het mens wordt bepaald door het noodlot. Dave bepaalt dat hij zich aan zal geven, omdat zijn vrouw is gearresteerd. Iets wat hij nooit vrijwillig zou hebben gedaan, maar door het noodlot van zijn vrouw wel.

Realisme kon ik in dit boek ook nog ergens plaatsen, omdat dit het leven van alledag was in de tijd van de oorlog. Als je kijkt vanuit onze hedendaagse weken kun je het niet plaatsen, omdat het verschil te groot is.

5: Mijn mening

1: structurele argumenten
In dit boek hangt alles met elkaar samen. Het maakt het boek daarom makkelijker om te lezen, vooral ook omdat het vanuit eigen ervaring is geschreven. Marga Minco vertelt het verhaal aan je alsof je er zelf bij bent. Dat maakte het voor mij fijn om te lezen.

2: emotionele argumenten
Ik vond dat Marga mij erg meesleepte in de gebeurtenissen zoals zij die heeft meegemaakt. Je ziet ze echt vanuit haar ogen en dat raakte mij toch enigszins, omdat je het verhaal vanuit een Joods meisje leest die afscheid heeft moeten nemen van alles wat haar lief was. Inclusief het gezien waarin ze leefde.

3: intentionele argumenten
De schrijfster had naar mijn mening niet echt een bedoeling met dit boek schrijven. Ik denk wel dat ze haar leven op dat moment aan haar lezers over wilde brengen, maar niet dat zij verder enige bijbedoelingen had. Het is meer een kleine subjectieve geschiedschrijving waarvan men geen verdere bedoelingen wil dan het begrijpen van de houding en handelingen van de schrijver/schrijfster. Je ontdekt wel hoe de Tweede Wereldoorlog voor Joden is geweest, maar dat was voor mij al duidelijk omdat ik meer van dit soort boeken lees.  

4: morele argumenten
Het verhaal staat qua politiek niet ver bij onze hedendaagse politiek vandaan, dus mijn normen en waarden liggen grotendeels parallel aan die van Marga. Ik ben niet Joods, maar zij beschrijft duidelijk hoe dat was voor haar, zodat het ook te begrijpen viel voor mensen zonder enige ervaring met het jodendom. Het boek trok mij daarom nog meer aan, omdat je je niet goed voor kunt stellen dat zoiets kan gebeuren met deze politieke situatie.

5: realistische argumenten
Dit boek is in zijn geheel gebaseerd op de waarheid. Dat vindt ik persoonlijk een reden om een boek mooier te vinden dan fictieve verhalen. Het spreekt mij altijd meer aan, omdat ik me niet bedrogen hoef te voelen als ik me inleef in het verhaal. Je leert uit deze verhalen ook meerdere kanten van een verhaal kennen. In dit geval van de Tweede Wereldoorlog, een onderwerp dat mij interesseert.

6: vernieuwingsargumenten
Je leert uit dit boek geen nieuwe ideeën of andere filosofieën dan je gewend bent, maar het is een verbreding op de kennis die je al bezat over het onderwerp Joden in de Tweede Wereldoorlog.

7: stilistische argumenten
In dit boek zijn geen extreem lange of korte zinnen gebruikt. Ook was de schrijfstijl redelijk normaal taalgebruik. Dat vind ik altijd fijn in een boek, omdat je dan sneller kunt lezen. De stof die de schrijver probeert over te brengen komt ook beter binnen dan bij een vreemde zinsopbouw.

Kortom: een boek dat fijn is om te lezen met een onderwerp dat mij heel erg aansprak. De schijfstijl is niet moeilijk om te begrijpen. Dit boek zette mij tot nadenken en dat vind ik altijd het beste wat je kunt hebben als je een boek leest.


Bronnen

Bert Bakker, 'Margo Minco - Het bittere kruid. Een kleine kroniek.', internet, 9 januari 2012
http://www.verdec.com/hulpje/boekvers/kruid.htm

maandag 2 januari 2012

Klas 4: Leesverslag stromingsboek; De Kroongetuige (Maarten 't Hart)

1: Algemene informatie
a)
I. Auteur: Maarten 't Hart
   Titel: De kroongetuige
II. Plaats van uitgave: Amsterdam
    Jaar van uitgave: 2000
    Jaar van eerste uitgave: 1983
III. Aantal pagina's: 207


 
b) Genre: misdaadroman
 
c) Samenvatting:
 
Leonie en Thomas Kuyper hebben een kinderloos huwelijk. Vooral Leonie lijdt daaronder. Eind juli logeert ze een week bij haar moeder om een beroemde gynaecoloog uit haar geboortestad te consulteren. In die week gaat Thomas veel uit met Jenny Fortuyn, een meisje uit de bibliotheek met wie hij daarvoor al kennis gemaakt had. Na hun laatste avond verdwijnt zij spoorloos. Kuyper krijgt op het laboratorium (waar hij dierproeven met ratten) bezoek van de inspecteurs Lambert en Meuldijk. Later komt Lambert ook bij hem thuis. De aanwijzingen van Kuypers betrokkenheid stapelen zich op en het politieonderzoek eindigt met zijn arrestatie. Men vermoedt, dat hij Jenny gedood heeft en door de ratten heeft laten opeten.
In een brief bekent Thomas aan Leonie zijn verliefdheid op het meisje; hij zegt dat hij vooral onder de indruk was van haar spiegelbeeld. Hij vertelt, dat hij op haar kamer boven de bibliotheek ook haar vriend Robert ontmoet had voordat deze naar Amerika vertrok. Leonie, die overtuigd is van Thomas' onschuld, veronderstelt in een antwoordbrief, dat Jenny met Robert is meegegaan.
In een dagboek noteert Leonie haar wedervaren sinds Thomas' arrestatie. Ze wil bewijzen, dat haar man niets met de moord te maken heeft en gaat daartoe zelf op onderzoek uit. Daarbij wordt ze voortdurend gepijnigd door de gedachte, dat Thomas wellicht met Jenny naar bed geweest. Ze kan dat nauwelijks accepteren. Ze bezoekt de man die tegenover het laboratorium woont en die beweert dat Thomas en Jenny die nacht samen naar binnen zijn gegaan en dat hij alleen naar buiten gekomen is. Ze komt in aanraking met Jenny' s vriendin; die vertelt dat Jenny met iedereen vrijde op wie ze maar een beetje viel. Echt dol was ze echter op Robert. Met Thomas was ze zeker niet naar bed geweest, maar ze wilde wel iets van hem; ze kon hem ergens voor gebruiken. Leonie ontdekt tijdens dit bezoek aan de vriendin ook dat inspecteur Lambert Jenny al gekend moet hebben voor het onderzoek naar haar verdwijning begon. Hierna heeft ze een gesprek met de oude buurvrouw van Robert en diens vrouw, die volhoudt, dat het sneeuwde, toen de twee vertrokken. Tijdens een gesprek met Lambert - hij deelt haar mee dat de kleren van Jenny in het laboratorium teruggevonden zijn - moet ze opeens denken aan een filmpje dat Thomas vroeger met zijn jaargenoten gemaakt heeft: 'moord in het museum'. Naar aanleiding daarvan gaat ze d volgende dag in het laboratorium op onderzoek uit. In een grote pot waarin twee zeekoeien - dieren die een wonderlijke gelijkenis met mensen vertonen - op alcohol worden bewaard, bevindt zich ook het lichaam van de vrouw. Leonie moet nu wel aannemen, dat Thomas schuldig is. Tijdens het proces blijkt het dat de getuigenis van de kroongetuige - de man tegenover het laboratorium - op niets berust. Thomas wordt een paar weken later dan ook vrijgesproken.
Eenmaal thuis hoort hij van Leonie over de vrouw in de pot. Hij bezweert haar dat ze zich vergist moet hebben. Dat blijkt niet zo te zijn, maar het lichaam is niet van Jenny, maar van de vrouw van Robert. Robert en Jenny hebben haar omgebracht en haar lijk tussen de zeekoeien verborgen. Daarna zijn ze waarschijnlijk samen naar Amerika vertrokken.

2: Specifieke opdracht
 
a. Officieel kun je dit boek plaatsen in de moderne Nederlandse literatuur, maar ik denk dat je dit boek ook in de stroming realiteit kunt plaatsen met romantische elementen.

Realiteit
1) De stroming bevat de realiteit van alledag.
2) Men heeft aandacht voor feit en realiteit en verwerping van het onpraktische en visionaire.
3) De literatuur (en ook kunst) kan krachtige politieke en sociale protesten bevatten.

Romantiek
4) De voedingsbodem is de pessimistische kijk die men op het leven heeft.
5) Gevoeligheid, verbeeldingskracht, individualisme en orginaliteit spelen een grote rol.
6) De personages (hoofdpersoon) kunnen vluchten in het verleden, de toekomst, de dood, (zwarte) humor of de natuur.
- Veelal voorkomend bij griezelromans, hitstorische romans en sprookjes.

b. Toelichting bij onderdelen van de stromingen realiteit en romantiek in relatie met het boek.

1) Het boek beslaat vanuit het leven van één persoon niet echt het leven van alledag. Maar dit is wel een verschijnsel dat zomaar elke dag voor zou kunnen komen over alle mensen gezien. Realiteit komt in bijna elk boek voor. De personages zijn ook vrij normale personen en zou je niet verdenken van misdaden, maar de verdenkingen die zij zelf hebben waren voor mij ook gedachten die ik zou hebben gehad.

2) Het zoeken van feiten, waarheden en het verwerpen en ontdekken van leugens staan in een detective centraal. In dit verhaal besloeg het ongeveer de helft: Leonie (de echtgenote van Thomas) gelooft niet dat Thomas een moord zou kunnen plegen en gaat op onderzoek uit. Als zij het lichaam vindt van een vrouw tussen de zeekoeien die op alcohol staan, gelooft zij dat hij de dader wel is. Feiten en leugens tegen elkaar afwegen was wat zij de hele tijd heeft gedaan. Dit lees je vooral in haar dagboek en in het laatste hoofdstuk met de ontknoping.  

3) Dit kenmerk kon ik niet precies terugbrengen in het boek. Het verhaal is natuurlijk wel een aanklacht tegen de bestaande maatschappij en de pijn die daarbij meekomt.

4) Leonie kan geen kinderen krijgen, maar wil ze wel heel graag. Dit probleem staat tussen haar en Thomas in. Leonie heeft daardoor een pessimistische kijk op het leven die zij in elk element van de dag tegenkomt. Reclame op tv, moeders die met hun kinderen zijn en abortus is voor haar een onbegrijpelijk gebeuren. Ze heeft veel zelfmedelijden wat in verband kan worden gebracht met de pessimistische kijk op haar leven.

5) Gevoeligheid en individualisme komen in dit boek erg naar voren. Ik vind dat onder gevoeligheid ook verliefdheid valt. De liefde die Thomas voelt voor het spiegelbeeld van Jenny heeft hem in de gevangenis gekregen, maar de wetenschap van de trouw van Leonie aan hem en dat zij hem zal helpen heeft hem de kracht gegeven om die tijd door te komen. Leonie heeft ook het gevoel dat zij er helemaal alleen voor staat als zij probeert om de onschuld van Thomas te bewijzen. Net als Thomas zich er alleen voor voelt staan als hij in de gevangenis zit en niet meer mag schrijven met Leonie.

6) Leonie vluchtte met haar verdriet over het feit dat ze geen kinderen kon krijgen in de toekomst. Ze probeerde elke keer opnieuw om kinderen te krijgen en bleef hoop houden op de volgende keer...
Totdat zij erachter kwam dat dat niet werkte probeerde ze zich erbij neer te leggen. Ze dacht namelijk dat het haar lot was waar niets meer aan verandert kon worden. Dat laatste is een vorm van fatalisme dat valt onder de stroming naturalisme. Deze stroming kwam zo klein en kort voor in het boek dat ik het niet apart heb vermeld.

c. Dit boek valt niet onder één stroming in te delen. Het heeft van elke stroming wel een of meerdere elementen. Ik heb gekozen voor realisme als hoofdstroming aan de hand van de meest sterke en grootste aantal elementen die overeen kwamen. De mate waarin mijn boek een exponent kan worden genoemd voor de stroming realisme is dan ook bijzonder klein.

3: Bronnen

- Website Verdec boekverslagen, 'Maarten 't Hart - De kroongetuige', internet, 2 januari 2012:

- Frank van Rooijen, 'Boekverslag Maarten 't Hart, De kroongetuige', internet, 28 juli 1999:

- Rutger Kroon, 'Literaire stromingen', internet, 2 januari 2012:

zaterdag 29 oktober 2011

Klas 5: Leesverslag Oeroeg (Hella S. Haasse)

1. Algemene informatie 
a)
I. Auteur: Hella S. Haasse
   Titel: Oeroeg
II. Plaats van uitgave: Amsterdam
    Jaar van uitgave: 2011
    Jaar van eerste uitgave: 1948
III. Aantal pagina's: 110

 
b) Genre: roman
 
c) Samenvatting:
 
De ik-figuur is de zoon van een Nederlandse plantersfamilie die een onderneming beheren in Kebon Djati. Hij groeit op met Oeroeg de zoon van een inlands echtpaar wat op de onderneming werkt. Wanneer de ik-persoon dreigt te verdrinken word hij door de vader van Oeroeg gered. Helaas sterft de vader van Oeroeg zelf bij deze reddingspoging. De vader van de ik-persoon zorgt daarom dat Oeroeg een goede opleiding krijgt. Wanneer de ouders van de ik-persoon gaan scheiden komt de ik-persoon in het pension van de vrijgezelle Lida te wonen in Soekaboemi. Al snel komt Oeroeg ook bij hen wonen. Lida heeft een zwak voor Oeroeg en besluit zijn vervolgopleiding te betalen. Wanneer de ik-persoon in Batavia naar de HBS gaat, verkoopt Lida haar pension en vertrekt met Oeroeg ook naar Batavia. In die periode groeien Oeroeg en de ik-persoon uit elkaar. Oeroeg keert zich tegen de Nederlanders en gaat zich bezighouden met politiek. Na de middelbare school gaat Oeroeg op kosten van Lida voor arts studeren, de ik-persoon vertrekt voor zijn ingenieursopleiding naar Nederland. Na de oorlog keert de ik-persoon terug naar zijn geboorteland. Bij toeval ontmoet hij een inlandse krijger. In hem herkent hij Oeroeg. Oeroeg stuurt hem weg met de woorden dat hij hier niets te zoeken heeft. De ik-figuur wordt zich dan bewust van het feit dat hij de ware Oeroeg nooit heeft gekend. 

2. Verwachtingen
 
Ik ben dit boek gaan lezen, omdat het in de klas was opgenoemd als mogelijk boek om te lezen voor je lijst. Het boek had ook niet heel veel pagina's en het was een cadeautje voor scholieren geweest ter gelegenheid van de actie Nederland Leest, dus ik had het thuis liggen. 
Mijn verwachtingen waren redelijk vaag voordat ik ging lezen, omdat ik niet wist waar Oeroeg op sloeg. Ik kende het 'woord' niet, dus ik was er niet op gekomen dat het een naam zou zijn van een persoon. Ik kende de schrijfster ook niet, dus wat voor soort stijl ik kon verwachten, had ik ook geen idee van. 
 
3. Motieven en thema
 
In dit boek zaten verschillende motieven. Het meest duidelijke motief dat naar voren kwam waren de cultuurverschillen. De schrijfster liet duidelijk in het boek zien dat je voordeel of nadeel had van waar je geboren was. De ik-persoon is hier duidelijk degene die het goed heeft getroffen en kan daardoor ook minder inzien dat Oeroeg het eigenlijk heel moeilijk heeft.
Een ander motief was ook het terughalen van de 'goede' oude tijd, toen de ik-persoon en Oeroeg nog zonder problemen samen konden spelen. Dat is zelfs de drijfveer voor de ik-persoon om terug te keren naar zijn geboorteland. 
 
Het thema van dit boek is dat er tussen mensen onderling altijd verschillen zijn die er niet hoeven te zijn, maar ook niet te verbreken zijn. Oeroeg en de ik-persoon konden namelijk ook niet samen blijven door hun verschillen.
 
4. Beoordeling
 
A: schrijfstijl
 
De schrijfstijl was soms moeilijk om te begrijpen omdat er lange zinnen in zaten met heel veel bijzinnen en een korte hoofdzin. Het probleem was dan om de hoofdzin eruit te halen, maar toch de bijzinnen geconcentreerd te lezen.
Citaat (blz. 5):
"Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering gelijk aan een van die toverplaatjes die we vroeger plachten te kopen, drie voor een dubbeltje: geelachtig glanzende stukjes met lijm bestreken papier, waarover je met een potlood krassen moest, totdat de verborgen voorstelling aan het daglicht kwam."
 
B: inhoud
Vertelperspectief: 
Hella S. Haasse heeft het hele verhaal vertelt vanuit de ik-persoon, het was heel grappig om aan het einde van het boek erachter te komen dat je heel zijn naam niet wist. Of misschien zelfs wel haar naam, zoals door sommigen gedacht wordt. 
 
Tijd: 
In het boek verstrijkt uitgebreid de jeugd van Oeroeg en de ik-persoon totdat ze een jaar of 17/18 zijn. Daarna vertrekt de ik-persoon naar Europa, totdat hij een volwassen persoon is en terugkeert naar Indië. Daar eindigt het verhaal al na een relatief korte tijd van een paar weken. 
 
5. Eindoordeel
 
 

Ik vond het boek over het algemeen niet heel mooi of aansprekend. Er zaten vrij weinig elementen in die mij boeiden. Ook waren de zinnen naar mijn idee te lang om lekker te kunnen lezen en stonden er per zin teveel overbodige details in die niet relevant waren voor het verdere verhaal.
Citaat (blz. 31):
"Als ik eraan kwam, zag ik Oeroeg al staan in de schaduw van een boom, blootsvoets, maar verder volgens mijn mening fraai gekleed, in een fluwelen broek met padvindersriem en met de zwarte topi van de mohammedaanse jongens op het hoofd. Vaak kochten wij voor een paar centen schelgekleurde lolly's vastgevroren rondom dunne stokjes, zodat je ze kon afzuigen, of wij deden ons in de trein te goed aan een uiterst kleverige lekkernij, pudding met kokossmaak."
 
Het is wel te merken dat de schrijfster veel wist van de cultuur van Indië. Het lezen wordt daardoor weer meer aantrekkelijk, omdat je weet dat alles waar is. Het probleem was daarbij wel weer dat er woorden in voor kwamen die ik totaal niet begreep.
 
Citaat (blz. 95):
"Ze hebben geen wajangpoppen nodig en geen gamelan en geen bijgeloof en doekoens - we leven niet meer in het Rijk van Mataram, en Java hoeft niet te lijken op een prentje van een ansichtkaart voor toeristen."
 
Ik had verwacht dat ik het boek snel uit zou hebben, maar onder andere door de opbouw van de zinnen, de overbodige details en de onbekende woorden, duurde het heel lang en verveelde het verhaal mij. De achterliggende gedachte van de verschillende culturen die niet als gelijkwaardig worden gezien aan elkaar en moeten veranderen, stond mij wel aan. 
6. Lijst van gebruikte bronnen
 
- De boekensalon, boekcommunity, internet, 29 oktober 2011, (http://www.deboekensalon.nl/)
- Scholier (anoniem), 'Boekverslag Hella S. Haasse Oeroeg', internet, 22 januari 2002, (http://www.scholieren.com/boekverslagen/7925) 

vrijdag 21 oktober 2011

Klas 5: Leesverslag Kees de jongen (Theo Thijssen)

1. Algemene informatie
a)
I. Auteur: Theo Thijssen
   Titel: Kees de jongen
II. Plaats van uitgave: Amsterdam
    Jaar van uitgave: 2003
    Jaar van eerste uitgave: 1923
III. Aantal pagina's: 352

 
b) Genre: autobiografische roman

c) Samenvatting:
Kees Bakels woont samen met zijn ouders, zijn jongere zusje Truus en zijn jongere broertje Tom in Amsterdam. Zijn ouders hebben een schoenenwinkel. Kees zit in de zesde en de laatste klas van de lagere school. Het gaat goed op school. Kees wordt benoemd tot 'jongen-van-de-bel', hij moet de deur openen voor laatkomers en ouders. Lees wil anders zijn dan de anderen. Als de kinderen op school prijzen mogen kiezen, kiest Kees een schaakspel. Een prijs die nog nooit iemand heeft gekozen. In de loop van het verhaal komt Rosa Overbeek bij Kees in de klas. Ze komt van een rijk instituut en Kees vindt haar al vanaf het eerst moment bijzonder. Hij vindt dat ze samen boven de medeleerlingen uitsteken en fantaseert regelmatig over haar.
Thuis gaat het minder goed. Zijn vader is ernstig ziek en de armoede staat voor de deur. Net als zijn vader weigert Kees de armoede en de ziekte van zijn vader te accepteren. Ondanks de armoede geeft zijn vader Kees een nieuwe atlas en een mooi pak in plaats van een vermaakte oude mantel. De cadeaus zijn een aderlating voor het gezin, maar leven voort als hoogtepunten in de herinnering van Kees. Zijn vader sterft als Kees met zijn broertje en zusje bij een oom en tante is. Op school ontfermt Rosa zich over hem. Ze schudt haar hoofd als de leraar voorstelt om te gaan zingen. Zingen in een klas waarin een jongen zit die net zijn vader heeft begraven, dat gaat toch niet? Kort daarna geeft ze Kees een pen. Kees vlucht ermee zijn fantasie in.
Thuis gaat het na de dood van zijn vader steeds slechter. Ze verhuizen en krijgen een nieuwe kamergenote: juffrouw Dubois. De moeder van Kees begint samen met haar een koffie-en theehandeltje om aan geld te komen. Kees helpt hen door de nieuwe voorraden op te halen. Als de koude winter en hoge stookkosten het gezin verder de armoede in drijven, accepteert Kees de neergaande lijn. Hij besluit een baas te gaan zoeken en de school te verlaten. Zijn moeder gelooft hem eerst niet, maar is hem later vooral dankbaar.
In de slotscène van het boek ontmoeten Kees en Rosa elkaar. Op aandringen van Rosa, die merkt dat hij ergens mee zit, vertelt Kees dat hij gaat werken. Rosa kust hem op zijn wang en vlucht dan weg. Kees voelt zich zielsgelukkig.

2. Verwachtingen
 
Ik ben dit boek gaan lezen omdat een vriendin mij erop wees en zei dat er 'plat' gepraat werd. Wij waren namelijk samen op zoek gegaan naar boeken om een verslag over te maken. Toen had ik de eerste bladzijde gelezen en viel mij inderdaad de spreektaal op en wilde ik verder lezen. Ik verwachtte dat het een grappig en luchtig boek zou worden omdat de gedachten van een kleine jongen zijn beschreven, kinderen hebben namelijk een vermakelijke fantasie. 

 3. Motieven en thema
 
Het motief van dit boek zit vooral in de fantasie van Kees Bakels, het hele boek is gebaseerd op zijn fantasie. Er is een kleine gebeurtenis die op zichzelf niets zou betekenen, maar Kees heeft er meteen een onwerkelijk verhaal bij dat zich in zijn hoofd afspeelt, waardoor het ineens een hele belangrijke gebeurtenis is. Zo denkt hij dat andere mensen zien dat hij bijzonder en beter is dan de rest van de kinderen van zijn leeftijd, dat iedereen naar hem opkijkt en hij de held zal worden van op zijn minst het hele dorp. In dit boek wordt ook veel gesproken over het gevoel van Kees voor Rosa Overbeek. Het gevoel van kinderlijke kalverliefde.

De rode draad door dit verhaal is de fantasie die kinderen kunnen hebben. Iedereen had vroeger ook fantasieën die op die van Kees leken.

4. Beoordeling
 
De schrijfstijl vond ik fijn om te lezen en heel gemakkelijk te begrijpen. Het dialect was ook redelijk herkenbaar, want in deze omgeving heb je veel mensen die op deze manier praten.

Citaat (pagina 175):
"Moe stond 'm al op te wachten in de winkel.
'Zo, da's gauw terug. Hoefde je - hoefde je niet door naar oom Dirk?'
Kees gaf z'n brief.
'Nee moe, ik geloof wel... enfin, ze waren héél aardig, nog een koekie ook gehad, en zondag komen ze eten...'
'Zo, waren ze zó? En zeien ze verder niks?'
'Niks hoor, ik moest even wachten en een kopje thee drinken, onderhand dat opa in de achterkamer de envelop in orde maakte, hè. Ma'k nog op straat?'
'Ja hoor, ga maar spelen.'
Hij zag wel hoe blij z'n moeder was. Toch maar goed dat-ie niet brutaal was geweest. Kijken waar de jongens zaten..."

Situaties:
De gebruikte personages zijn doorsnee mensen voor die tijd en zij zitten dus ook met problemen zoals die toen gebruikelijk waren. Ze hebben het niet breed en kampen met ziekten en de dood. Kees gaat van school, zodat hij kan gaan werken en kan voorzien in de kost. Ook komt er iemand bij hen in huis wonen, die huur betaalt zodat er geld binnenkomt.

Tijd en vertelperspectief:
Het hele boek heeft een tijdsbestek van ongeveer een half jaar en is geschreven in de derde persoon enkelvoud. In de eerste helft is de vader van Kees ziek. De 'weg' naar zijn vaders dood zoals Kees daarmee omgaat wordt beschreven in dit gedeelte. In de tweede helft gaat het met de familie door de armoede slechter, maar Kees denkt verliefd aan Rosa en hoe hij met een heldhaftige daad zijn familie weer welvarend maakt.

5. Eindoordeel
 



Dit vond ik een geweldig boek, het was geen zware kost, maar er werden wel heftige onderwerpen beschreven die door deze schrijfstijl een kinderlijk uiterlijk kregen:
 
Citaat (pagina 225)
'Wou u drinken ofzo?'
Pa knikt zonder spreken; hij had weer die rare grote ogen.
`'k Zal moe waarschuwen,' zei Kees.
Nog één keer keek hij het bed in. Z'n vader maakte een jongensachtige groetbeweging met z'n hand en Kees wuifde terug, ineens bijna vrolijk door vaders gebaar. Hij liep naar de keuken, waar moe aan de gootsteen stond. En z'n stem was alledaags en zakelijk, alsof alles in huis gewoon was: 'Moe, of u wat te drinken heeft voor pa.'" 

Ik herkende ook wel veel van toen ik klein was, dat je graag iets beter wilde zijn dan de andere kinderen en dat wilde je dan vooral aan je ouders laten merken. Dat Kees verliefd werd op Rosa Overbeek vond ik ook heel leuk, het gaf nog net een extra speels trekje aan het hele verhaal.
 
Citaat (pagina 192)
"Kees voelde alle gevaar geweken. Rits, streep onder de derde, hij begon óók aan de vierde. Natuurlijk haalde-n-ie Van Dam in. Als er tenminste niet gebeld werd; want dát zou schelen.
Gelukkig werd er niet gebeld en ongestoord kon Kees de cijfertjes op z'n lei blijven gooien. Rekenen was toch een fijn vak... rits, streep; optellen; rang, rang de boogjes; delen... Als-ie 'm af had, niks zeggen aan Van Dam. Van Dam zei tegen hém toch ook niets? Vooruit maar.
En Kees rekende, rekende. Zijn griffel riktikte als een klein nijdig machientje. Maar toch, schemerachtig vóór zich, bleef Kees gestadig de kleine beweginkjes zien van Rosa's haar.
Dáár moest-ie nog aanwennen, dat ze altijd zo vlak voor hem zou zitten, elke dag..."

Oorpronkelijk had ik verwacht dat het een luchtig verhaal zou zijn, maar er komen hele zware onderwerpen aan bod, die door kinderlijke ogen worden gezien. Dat vond ik erg leuk om zo te lezen. Er komen veel aspecten van die tijd naar voren en samen met het dialect en Kees zijn gedachten werden de gelezen problemen als de gewoonste zaken van de dag.

6. Lijst van gebruikte bronnen
 
- Leonie de Gier, 'Leesverslag Kees de jongen (Theo Thijssen), internet, mei 2003, http://www.havovwo.nl/vwo/vne/bove/kees%20de%20jongen.pdf

- Website met boekverslagen door meerdere auteurs gemaakt, 'Kees de jongen', internet, 20 oktober 2011,

donderdag 20 oktober 2011

Klas 4: Tim Krabbe - Het gouden ei (samenvatting)

Algemene informatie
I. Auteur: Tim Krabbe
   Titel: Het gouden ei
II. Plaats van uitgave: Groningen
    Jaar van uitgave: 1994
    Jaar van eerste uitgave: 1984
III. Aantal pagina's: 93

Genre: Thriller 

Samenvatting. 

Saskia en Rex gaan samen op fietsvakantie naar Frankrijk met de auto. Saskia heeft last van claustrofobie en verteld aan Rex haar droom over twee gouden eieren die in een loze ruimte zweven en elkaar niet mogen raken omdat het dan fout gaat. Ze rijden een tunnel in en de benzine is op, zodat ze midden in de tunnel stil komen te staan. Er komt een vrachtwagen aangereden en de lichten van die vrachtwagen lijken heel erg op de twee gouden eieren van Saskia haar droom. Rex gaat benzine halen en Saskia loopt de tunnel uit en wacht op Rex aan de uitgang. Ze kregen ruzie in de tunnel, maar ze praten het weer uit en ze stoppen bij een tankstation waar Saskia naar de wc wil gaan en drinken mee wil nemen. Dan komt Lemorne in het verhaal. Hij is een psychopaat die iets heel slechts wil doen, waardoor hij zich als een god kan voelen. Zijn dochter vond hem namelijk de beste man van de wereld toen hij een meisje uit het water redde, maar hij voelde zich helemaal niet zo goed en hij dacht dat hij dat wel zou voelen als hij iets heel slechts deed, dan zou hij namelijk het goede gevoel van zijn dochter verdienen. Lemorne staat in het winkeltje bij het tankstation en wilde eerst een vrouw ontvoeren, maar dat was mislukt. Hij ging koffiedrinken en was van plan om te stoppen met zijn slechte plan. Totdat Saskia echter binnen komt lopen en vraagt of hij geld kan wisselen. Hij doet dat en Saskia ziet zijn sleutelhanger. Ze denkt dat Rex zo’n sleutelhanger heel leuk zal vinden en wil er dus een voor hem meenemen. Ze vraagt waar je die kunt kopen en Lemorne zegt dat hij er een doos van in de auto heeft staan en dat ze er een kan krijgen als ze meeloopt. Saskia loopt mee en gaat bij Lemorne in de auto zitten, terwijl Lemorne zijn plan uitvoert:
 
Uit een flesje laat hij een middeltje op zijn zakdoek komen. De zakdoek houdt hij voor de mond van Saskia en ze valt in slaap…

Rex gaat Saskia zoeken, maar hij kan haar nergens vinden. Overal plakt hij affiches op, met de vermissing van Saskia. Hij vraagt daarop of iemand Saskia heeft gezien, maar niemand geeft antwoord of weet iets. Drie jaar later heeft Rex een nieuwe vrouw, Lieneke, waarmee hij op vakantie gaat naar Frankrijk. Ze komen weer bij de plek waar Saskia is ontvoerd en Rex ziet weer hoe alles ging in een déjà vu. Lemorne wil met Rex afspreken op een terrasje, maar Lemorne komt niet opdagen. Lieneke en Rex gaan uit elkaar en Rex maakt een spotje op tv waar hij de ontvoerder van Saskia vraagt om met hem te praten. Lemorne ziet dat en gaat naar Nederland om Rex op te halen en hem een deal aan te bieden. Als Rex meegaat naar Frankrijk zal hij zelf meemaken wat er met Saskia is gebeurd, maar als hij niet meegaat zal hij altijd in twijfel verder moeten leven. Rex kiest ervoor om mee te gaan en komt erachter dat Saskia levend is begraven. Hij ligt namelijk zelf in een kist onder de grond, wetend dat hij langzaam dood zal gaan…